Een uitgave van mats bv ©
STERK VERHAAL
Jaargang IX, 47
Naar mijn gevoel is het nauwelijks een half jaar geleden dat we met de klas van mijn zoon, toen nog groep 4, maar inmiddels groep 5, op schoolreisje zijn geweest. Dat blijkt ook te kloppen als ik eens voorzichtig informeer, maar we gaan gewoon toch weer. We, dat wil zeggen: de school switcht van voorjaar na najaar en nu is het najaar, dan is het niet zo druk in en op toeristische attracties en pretparken. En nu ik er toch over begin: de klassenmoeders zouden het leuk vinden als ik weer meeging.
Natuurlijk ga ik mee, zo'n kans laat ik niet glippen. Als ik mijn stukje ouderparticipatie zelf mocht uitkiezen, zou ik gaan voor het schoolreisje. Dat scoort hoog op de schaal van algemene waardering en is in feite in goed Nederlands a piece of cake, of een makkie, zoals mijn zoon zou zeggen. Je stapt 's morgens vroeg in de bus en krijgt vier kinderen toegewezen die je de hele dag zo'n beetje in de gaten moet houden en je deelt in de bus gewoon mee in de snoep die juf uitdeelt. Iemand anders heeft de bus besteld, de bestemming uitgezocht en de chauffeur de route uitgelegd. Daar heb ik niets aan hoeven doen. En als ik nou helemaal niets geleerd had in die respectievelijk negen en acht jaar dat mijn dochter en zoon er zijn, dan zou ik toch altijd nog vier kinderen in de gaten kunnen houden, waaronder ook nog eens een van mezelf; weliswaar mijn zoon.
Overigens groep 6, met onze dochter, is ook al geweest en die mochten in eigen groepjes, dus zonder oppassende ouders het park in. Een mijlpaal, waar ik dus niet bij was, maar waar we natuurlijk alles van gehoord hebben.
Maar hoe vief en stralend ik ook in de vroege ochtend in de bus stap, de chauffeur legt me toch een meerkeuzevraag voor: 'O meneer gaat ook mee, of u mag mee of u moet mee?
En als dan ook nog een waterig zonnetje schijnt, quasi-verzucht ik maar eens tegen de andere moeders dat we het toch maar zwaar hebben. Want het zijn wel allemaal moeders, alhoewel er eigenlijk nog een vader had zullen meegaan, maar die was in de nacht ziek geworden. Zenuwen zeker.
De andere moeders waren alvast op een bankje gaan zitten naast hun rugzakken. Tot dan had ik plichtsgetrouw rondgelopen, maar nu kon ik er wel even bij gaan zitten, want twee van mijn kinderen gingen gewoon tien keer achter elkaar in de achtbaan en de twee anderen zouden pas na zes keer in de grote schommel een beetje misselijk worden.
Zo'n middag vlíegt voorbij
Gelukkig zijn we bij het koppen tellen voor de thuisreis een kind kwijt. Die blijkt na een intensieve speurtocht nog ondersteboven in de Luna Loop te hangen die niet meer verder wil draaien.
Nemen we op het nippertje ook nog een sterk verhaal mee naar huis.
