Een uitgave van mats bv ©

SUPERVLOKKEN

Jaargang XII, 46

Omdat we niet uit elkaar konden houden wie er ook alweer aan de beurt was met tafeldekken en afruimen, hebben we een vaste taakverdeling gemaakt. De zoon dekt steeds de tafel, de dochter ruimt steeds af. Ik vind dat eerlijk gezegd niet helemaal gelijkelijk verdeeld, maar laat ik me er vooral niet mee bemoeien; iedereen schijnt er vooralsnog vrede mee te hebben. En als ik over gelijk verdelen van huishoudelijke taken begin, dan weet mijn vrouw er nog wel een paar.

Overigens klinkt dat dekken en afruimen makkelijker dan het is. Dekken is niet alleen vier borden en vier messen en vorken op tafel kwakken, maar ook alles wat eronder ligt eerst opruimen. Dus kranten, tijdschriften, huiswerk, schooltassen, klokhuizen van afgekloven appels en katten moeten eerst verwijderd, opgevouwen, weggegooid of –gejaagd worden. In willekeurige volgorde. Dan de messen en vorken netjes naast de borden en eventueel even in de keuken kijken wat de pot schaft om te zien of er misschien nog wat ander eetgerei bij hoort. Bij afruimen hoort de vaatwasser inruimen, wat er niet inpast even afwassen en tafellaken uitkloppen. Niet bepaald kinderuitbuiting maar echt vanzelf gaat het nog steeds zelden. Als hij nu niet onmiddellijk de tafel gaat dekken, verdwijnt zijn spelcomputer in de prullenbak. We gaan lunchen.

Oude kaas, jonge kaas, leverworst en grillworst. Het ontbreekt dit gezin werkelijk aan niets. Ieder zijn eigen voorkeuren. Macrobiologisch zuurdesembrood, ook dat nog, verantwoorde welvaart. Voor het zoet moet hij nog een tweede keer naar de keuken lopen. Pindakaas en hagelslag of vlokken meestal. Dit keer komt hij terug met een pak ter grootte van een flinke schoenendoos.

‘Wat is dat?’vraag ik. Blijkbaar heb ik even iets gemist.

‘Dat zijn de vlokken,’ zegt hij achteloos alsof het normaal is om zo’n weeshuisverpakking op een vierpersoons lunchtafel te zetten.

‘Van de groothandel,’ vult mijn vrouw ongevraagd aan.

Nou kan ik me voorstellen dat ze met haar drukke baan, dito gezin en ambitieus sportprogramma niet drie keer in de week naar de supermarkt wil, maar dit is misschien toch wel een ander uiterste. In de monsterverpakking vlokken gaapt namelijk ook een enorm schenkgat waardoor met een kleine polsbeweging een lawine aan vlokken de onschuldige boterham totaal bedekt. Wij behoren met onze grillworst en leverworstconsumptie al tot de favoriete klanten van de slager en de kaasboer komt zelfs aan huis en rijdt dan zijn bestelwagen achteruit onze oprit op om onze bestelling af te leveren. We hebben in Frankrijk een klein wijnchateautje ontdekt dat het de moeite waard vindt om een paar keer per jaar met een antieke Citroën-bus naar ons en een paar andere adressen in de buurt af te reizen.

Ik vind het nodig om een kleine preek af te steken over kinderen elders in de wereld die honger hebben, over mensen in ons eigen land die het bepaald niet zo breed kunnen laten hangen, over vraatzucht en matiging en uitdijende omvangen.

‘Ik heb meteen ook maar een paar vaatjes bier voor je beertender meegenomen,’ zegt mijn beminde echtgenote fijntjes. ‘Die zijn ook niet aan te slepen.’