Een uitgave van mats bv ©
TALENT
Jaargang X, 7
In de klas – pardon, groep – van mijn zoon speelt een heksenproject. Moet kunnen, vind ik. Nou is het natuurlijk zo dat kinderen van zijn leeftijd geen heksen meer nodig hebben om ’s nachts gillend wakker te worden, er zijn tegenwoordig echt genoeg enge tekenfilmfiguren of computerspellenmonsters om nooit meer onder je dekbed vandaan te komen. Dat weet zo’n moderne juf natuurlijk ook, maar ze moet gedacht hebben dat een beetje ouderwetse folklore geen kwaad kan. Helemaal mee eens. Bovendien is hekserij en toveren weer helemaal hip sinds Harry Potter.
Tussen twee happen boterham met chocopasta door begrijpen we van de jongen dat het project zal worden afgesloten met een voorstelling in de gymzaal waarvoor we van harte zijn uitgenodigd. We kunnen beter maar meteen beginnen met schuiven in de agenda’s. We zullen later nog meer details krijgen. Eerst moet nog de rolverdeling plaatsvinden. ’s Anderendaags blijkt dat de zoon en zijn vriend tussen de bedrijven door een commercial mogen doen. We weten allemaal dat dat Engels is voor reclame.
Ik doe mijn best om niet al te teleurgesteld te zijn. Zoals elke vader zie ik mijn zoon toch liever in de hoofdrol of in elk geval een dragende bijrol dan in een commercieel pauzenummer. Maar ik zie op de televisie ook wel dat de reclame vaak leuker is dan het programma waarin ze vertoond wordt, om van de verdiensten nog maar niet te spreken. Weer een dag later horen we dat de reclameboodschap van de twee vrienden niet doorgaat omdat het over heksen had moeten gaan en de jongens waren iets heel anders van plan. Tegelijkertijd wordt ons te verstaan gegeven dat het niet nodig is dat we komen kijken. Het zal aan de drukte in onze agenda’s gelegen hebben dat we dit voor zoete koek hebben geslikt, terwijl we normaal gesproken een half uur vóór welke voorstelling dan ook op de eerste rij klaar zitten.
Daarom zal juf zich wel hebben afgevraagd waar we bleven, want voor de rest waren heel wat ouders komen opdraven, horen we achteraf. Ook de moeder van de vriend die aanvankelijk mee zou spelen in de commercial. Als we onze zoon vragen hoe dat nou zit, beweert het jong glashard dat er voor ons toch niets te beleven valt als hij niet optreedt. Daar zakt ons de mond van open, terwijl we met stomheid zijn geslagen, en dat overkomt ons echt niet vaak. Vervolgens geeft hij een vermakelijk verslag van hoe het fout ging met de hoofdrolspeelster die aan het eind van een scène met haar bezemsteel een stuk van het decor wegvaagde waar ze vervolgens onder bedolven werd. We zien het voor ons, alsof we alsnog op onze vertrouwde eerste rij plaatsnemen.
En dan denken we opeens ook te begrijpen waarom juf deze snaak geen hoofdrol geeft: talent genoeg, maar aan de bescheidenheid moet nog wat gespijkerd en geschaafd worden.
Deze appel is vlak bij de boom gebleven.
