Een uitgave van mats bv ©
TANDEN
Jaargang XI, 11
Mijn dochter heeft een goed verhaal. Het speelt zich af in de kleine pauze op het schoolplein. Wat wij vroeger het speelkwartier noemden. Over hoe het precies is gegaan, bestaan verschillende lezingen, maar de meest gehoorde is de volgende. Esmeralda ) stond tegen het hek geleund toen Josefientje *) keihard op haar af kwam stormen. Waarom eigenlijk, vertelt het verhaal niet. Zeker is dat beide dames geen vriendinnen zijn. Esmeralda, ook niet achterlijk, realiseert zich dat een op hol geslagen Josefientje nog lelijk hard kan aankomen en doet op het laatste moment dus een stapje opzij, waardoor Josefientje in volle vaart tegen het hek aan knalt. Stuk van haar tand.
Grote consternatie natuurlijk op het schoolplein. Meester erbij, directeur erbij en uiteindelijk zelfs de vader en moeder van Josefientje. Flink wat tranen, voornamelijk van de moeder van Josefientje en het slachtoffertje zelf. Die bleef maar beweren dat Esmeralda haar geslagen had. Let wel, wij hebben het hier over een keurige school in onze keurige buurt, waar je dit soort taferelen toch geenszins zou verwachten. En al helemaal niet met meisjes van pakweg 10.
Nou ken ik Esmeralda natuurlijk wel, die komt zelfs wel eens bij ons spelen en het is mij niet eerder opgevallen dat ze losse handjes zou hebben. Anderzijds is ze nogal fors van postuur en als die uithaalt, is daar geen melktand tegen bestand.
‘Wat denk jij,’ vraag ik mijn dochter, ‘heeft ze haar op de b.. eh, op haar mondje getimmerd?’
‘Ik weet het niet papa, ik weet het niet. De meeste kinderen bevestigen het verhaal van Esmeralda, maar ik heb het niet gezien.’
Dochter van een journalist die niet vooraan staat als er eens wat gebeurt op dat doorgaans gezapige schooltje?
‘Want ik was dus naar de orthodonist.’
O ja natuurlijk, de orthodontist. Toch ook een evenement van jewelste. Ik zou het bijna vergeten.
‘Dat wilde ik je natuurlijk nog vragen, hoe was dat?’
‘O goed hoor, ik moet een beugeltje.’
Laat ik daar nou maar even geen commentaar op leveren. Volgens mij heeft mijn prachtige dochter een prachtige mond vol tanden, waar tot op heden nog niemand op heeft getimmerd en bovendien wordt echte schoonheid vaak geaccentueerd door een klein onregelmatigheidje. Waarom moet het toch allemaal zo kaarsrecht staan in de moderne kindermond? Omdat mijn vrouw voorvoeld zal hebben dat ik met dit soort opmerkingen zou komen, is ze met mijn dochter naar een bevriend orthodontist gegaan. Die boven elke omzetverhogende verdenking staat.
‘Jammer hoor,’ zeg ik slechts.
‘Ja nou, gebeurt er eens wat, ben ik naar de orthodontist.’ Toen ik zo oud was als zij kon ik dat woord nauwelijks uitspreken en ik heb al eigen mijn tanden nog.
‘Nee, ik bedoel van dat beugeltje.’
‘O nee hoor, ik hoef hem alleen maar ’s nachts in en niet naar school.’ Inderdaad, dan is het een stuk minder erg, dat snap ik ook wel.
‘En dan was ook nog de bril van Gozewijn *) dwars door midden.’
‘Hek of Esmeralda?’
*) Om redenen van privacy zijn de namen van de betrokkenen gefingeerd.
