Een uitgave van mats bv ©
VAAG
Jaargang IX, 48
Na vele jaren redelijk harmonieus huwelijk moet mijn vrouw nog steeds mee de stad in als ik een nieuwe garderobe nodig heb. Ik kan nog niet eens over een nieuw overhemd beslissen, zonder haar mening, smaak en ongezouten commentaar. Zij is precies even lang met mij getrouwd als ik met haar, maar zij heeft in die tijd een veel zelfstandiger ontwikkeling doorgemaakt. Ik hoef al een tijdje niet meer met haar mee als ze iets nieuws behoeft, maar tot voor kort werd mijn mening achteraf nog wel op prijs gesteld. Kon ik een nieuw kledingstuk alsnog terug naar de winkel of definitief naar de kast verbannen.
Maar zelfs dat lijkt een gepasseerd station. Laatst hadden we een ernstig incident met een nieuw colbertje.
'Staat je niet,' vond ik. Vroeger was dat voldoende. Nu niet; tot mijn verbazing droeg ze het de volgende dag weer.
'Raar jasje,' zei ik nog maar eens voor de zekerheid, omdat het de eerste keer misschien niet goed was overgekomen. Ze draagt het jasje sindsdien vrijwel dagelijks.
Liever zou ik dus ook wat zelfstandiger zijn, maar het is me niet gegeven. Het makkelijkst is nog om mijn moeder de schuld te geven, die ging tot diep in mijn studententijd - verkering of niet - nog met me shoppen.
Het is niet makkelijk, kan ik u verzekeren en dan bedoel ik niet het commentaar tijdens het passen.
'Je kunt niet de hele tijd je buik inhouden, hoor schat.'
Of 'je bent nu eenmaal van middelbare leeftijd en daar moet je je dan ook een beetje naar kleden.'
Het klinkt misschien wel onhartelijk, maar we hebben vroeger al afgesproken om altijd kritisch naar elkaar te blijven. En ik draag mijn leren jasje gewoon zo vaak als ik zelf wil. Het is meer de angst voor het verdwijnen van de eigen smaak.
'Neem het nou maar van mij aan: dit staat je leuk.' Mijn afhankelijkheid maakt haar overmoedig. En zo kan het gebeuren dat ik tegenwoordig in kleren loop waar mijn moeder mij vroeger zelfs niet in kreeg. Dat blijft niet zonder gevolgen. Sommige van mijn vrienden van vroeger willen me niet meer kennen sinds ik een blazer heb. En sinds vorige week heb ik een herfstbruine broek. Nooit van mijn leven een bruine broek gedragen en nu heb ik er zelfs een bruin geruit overhemd bij.
Op een gegeven moment moet je de strijd ook staken als de verkoper, je echtgenote en een aantal willekeurige klanten het roerend met elkaar eens zijn. En je gelooft er op den duur zelfs een beetje in. Waarschijnlijk was ik al helemaal verzoend met mijn nieuwe bruine broek toen ik hem de volgende dag aan mijn dochter showde.
'Vaag hoor papa,' was haar commentaar. Ik kende de uitdrukking niet, maar het blijkt zo'n beetje het tegenovergestelde van cool te zijn.
Misschien kunnen ze voortaan samen gaan, dan pas ik wel thuis wat ze voor me uitzoeken.
