Een uitgave van mats bv ©

VALENTIJN

Jaargang XIII, 7

We hebben een betrekkelijk rustige Valentijn gehad. Mijn vrouw heeft dit jaar, in tegenstelling tot voorafgaande jaren, geen grote bos rode rozen geheimzinnig bezorgd gekregen. Waarschijnlijk is haar onbekende stiekeme lover verhuisd. Gelukkig maar. Ik hou er niet van dat er bij nacht en ontij kerels over mijn erf sluipen om bossen bloemen bij de voordeur te leggen. En al helemaal niet dat ze die bossen door argeloze bloemkoeriers laten bezorgen. Ik kijk mijn tegenstanders graag in het vizier. Als je zo nodig onder mijn duiven moet schieten, kom dan ook uit het struikgewas. Overigens blijf ik het onbetamelijk vinden om een keurig getrouwde vrouw als mijn vrouw met zulke impertinente rozen te belagen; noem me maar ouderwets.

Schattig is dan weer wel dat zij ergens nog steeds denkt dat die rozen wel eens van mij zouden kunnen komen. Wat natuurlijk onzin is, want ik hoef er als keurig getrouwd man helemaal niet stiekem over te doen dat ik graag haar lover ben. En ik geef meestal tulpen.

Aan mijn zoon is Valentijn voorbijgegaan. En daar hoeven verder eigenlijk geen woorden aan vuil gemaakt. Zijn laatste verkering is alweer een tijdje uit en hij wekt niet de indruk dat hij iets mist. Zijn ex daarentegen schijnt er nogal gebukt onder te gaan. Niet genoeg overigens om met rode rozen over de brug te komen. Siert haar, dat ze haar trots heeft.

Mijn dochter heeft drie rode rozen gekregen. Gelukkig maar. Het was misschien wat voorspelbaar en ze kwamen dan ook allemaal van één en het hetzelfde jongetje, maar ze waren er wel. Ze heeft er mee geglunderd en we hebben het er ook even over gehad, met elkaar. Veel meer kan ik daar natuurlijk niet over zeggen. Zo’n kostbaar vader-dochter-gesprek. Ik ben er discreet en voorzichtig mee alsof het elke keer het laatste kan zijn.

Ik bereid me er toch al op voor dat ik straks in haar leven sta als bij mijn zoon langs het hockeyveld. In de auto, onderweg naar de wedstrijd, heb je de laatste persoonlijke aanwijzingen kunnen geven. Tijdens de wedstrijd sta je langs de lijn tussen het publiek. Wij ouders mogen van de hockeyclub onze spelers alleen positief verbaal begeleiden. Geen commentaar leveren op de tegenstanders, zeker niet op de scheidsrechter en ook niet op de coach. Flesje drinken aanreiken mag wel.

Ik denk dat mijn dochter mij in haar toekomst wel langs de zijlijn zal zien staan en zal weten dat ik haar steun, net zoals mijn zoon mij op het hockeyveld duidelijk boven de andere ouders uit hoort.

Overigens heb ik, samen met de andere ouders, het team van mijn zoon, door luidruchtige maar positieve verbale ondersteuning naar menig gelijkspel of zelfs overwinning gedragen.

Ik sta gráág langs de lijn.