Een uitgave van mats bv ©
VAN DE STRAAT (1)
Jaargang XII, 28
2/24/2026
Een van de heel weinige dingen die in dit gezin niet ter discussie worden gesteld is dat we elkaars optredens bijwonen. Sinds de piano-opleiding van de zoon even in de wacht staat, betekent dat dus met name dat we telkenjare naar de balletvoorstelling van de dochter gaan.
Sinds mensenheugenis. En we nemen dat serieus. Want dit jaar was mijn vrouw achter-de-schermen-hulp-moeder, dus de jongen en ik zaten alleen in de zaal en geen haan die er naar gekraaid zou hebben als we tussendoor gewoon naar het café aan de overkant waren gegaan. Hij zou zoiets natuurlijk nooit verzonnen hebben, maar toen ik het bij wijze van grap opperde, vond hij het wel meteen een uitstekend idee. Met zijn en mijn fantasie en improvisatietalent hadden we ons moeiteloos door de recensie achteraf heen gekletst.
We hebben het maar heel kort overwogen en zijn toen gewoon in de zaal gaan zitten. Zwaaien naar al die andere vaders en broertjes en opa’s en oma’s die we in de loop der jaren hebben leren kennen en waarmee we toch iets van wederzijdse solidariteit hebben opgebouwd.
Het moet me van het hart dat sinds de komst van de oogverblindende ex-Bolstoi danseres Tatjana als lerares de kwaliteit en de aankleding van de voorstelling drastisch is toegenomen. Vóór de pauze betrapten wij er onszelf op dat we moesten grinniken toen de oudere leerlingen de mini’s, die sneeuwballen moesten voorstellen, over het toneel rolden. Tatjana’s idee ongetwijfeld, want in Rusland sneeuwt het natuurlijk altijd.
Van na de pauze herinner ik me niet veel; het is warm in zo’n schouwburg, de stoelen zitten heerlijk en dan een klassiek muziekje op de achtergrond.
Na afloop hebben we een hele tijd tevergeefs bij de artiestenuitgang staan wachten, de jongen en ik, met een roos tussen onze tanden. Maar uiteindelijk bleek onze artieste met haar personal manager al naar huis. Het café aan de overkant is toen uiteraard weer ter sprake gekomen.
Het bleek een misverstand. Zij dachten juist dat wij al naar huis waren.
Soms denken we wel eens dat we gewoon moeten toegeven dat we toch meer van de rock ‘n’ roll zijn, de hiphop desnoods, of grunge en dance. De zoon en ik in elk geval. Mijn vrouw theoretisch ook wel, maar die draagt toch nog steeds haar eigen jeugdtrauma mee van de kerstsamenzang op de Grote Markt in Haarlem, waar haar eigen vader, die legendarisch veel van haar gehouden heeft, toch gezegd moet hebben dat het wel wat zachter mocht als het al niet zuiverder kon. Sindsdien heeft ze geaccepteerd dat – indien nodig – ze beter voor de popmuziek kan gaan omdat je daar natuurlijk al snel zachter zingt dan de muziek.
Nou zal mijn dochter het klassieke ballet niet snel opgeven. Zij is sowieso niet erg van de opgeverige. Tegen de tijd dat Tatjana al lang weer in een Russische bejaardendatsja zit, doet mijn dochter ongetwijfeld nog haar plissée’s of pliés of hoe dat ook mag heten. Voor volgend jaar staan zelfs spitzen op het programma, las ik in een brief van de balletschool. Niets mis mee, want haar wereldfiguur en die ellenlange benen heeft ze natuurlijk niet alleen van haar moeders genen. Dat dan weer wel.
Toch lijkt een kentering op handen, want sinds kort zit mijn dochter óók op streetdance en dat is, zoals het woord al doet vermoeden, iets héél anders.
Er gloort hoop voor de trouwe toeschouwers.
(wordt vervolgd)
