Een uitgave van mats bv ©
VAN DE STRAAT (2)
Jaargang XII, 29
Streetdance is dansen, het woord zegt het al, net als ballet, maar bepaald heel anders. Dat kan ik op verschillende manieren uitleggen. Voor ballet gaat mijn dochter naar een heuse Academie in een kakkineus villadorp even verderop, terwijl streetdance wordt onderricht in een zaaltje van een sport- en fitnessclub van onze stad, waar haar vader en moeder zich tussen allerlei getatoeëerde krachtpatsers en hun blonde vriendinnen ook aan de apparatuur vergrijpen. Wie het dan nog niet begrijpt, moet wellicht eens een vergelijking maken tussen een registratie van een uitvoering van ons Nationale Ballet door de NPS en een willekeurige uitzending van de muziekzenders MTV of TMF. Voor de ongeoefende kijkers naar die zenders misschien een waarschuwing vooraf. Die bepaald suggestieve bewegingen van die bloterige meiden: dát is streetdance.
Of ik dat allemaal goed vind? Natuurlijk, dansen is een prima tak van sport en ordinair word je er niet van – trouwens ook niet van fitness of tatoeages of geblondeerd haar – dat zit in je of niet. En in mijn dochter zit het niet. Viel me trouwens op dat ineens ook een paar andere meiden uit haar klas op streetdance mochten, toen met onze dochter eenmaal de kogel door de kerk was.
Een belangrijke overeenkomst tussen ballet en streetdance is dat er elk jaar een voorstelling wordt gegeven. Voor streetdance gebeurt dat in de Meervaart in Amsterdam, wat ik als provinciaal nogal stoer vind klinken.
Tussen hoop en vrees nemen onze zoon, mijn vrouw en ik plaats in de zaal, waar een ander publiek zit dan wij uit de balletschouwburg kennen. De jongen mag graag naar MTV en TMF kijken, vooral vanwege de muziek natuurlijk, maar hij weet ook dat televisie en werkelijkheid niet noodzakelijkerwijs iets met elkaar te maken hebben. Wij weten ook dat talent en aanleg bij dit soort gelegenheden vaak onderschikt worden gemaakt aan enthousiasme. Wij hebben bij ballet danseressen over het podium zien en horen denderen, bij wie de uitdrukking ‘lichtvoetig’ toch nauwelijks van toepassing was. En ook mijn dochter struikelt nog wel eens over het prepuberale hout in haar overigens prachtig lange benen.
Hoe dan ook, ik neem me heilig voor om het in elk geval prachtig en geweldig te vinden, net als mijn vrouw natuurlijk, maar van haar broer durf ik niets te garanderen.
Maar na afloop van de voorstelling zitten hij en ik elkaar met open mond aan te kijken. Ongeloof in onze ogen. Sprakeloos.
‘Maar wat vond je dan precies zo leuk, papa? vraagt mijn dochter met lichte achterdocht in haar stem op de terugweg als ik mijn enthousiasme bepaald niet onder stoelen of banken steek.
Tja…
‘Nou, het swóng gewoon,’ probeer ik het eenvoudig te houden. En dat deed het.
Maar er is natuurlijk meer. Het was óók sexy en uitdagend. Misschien en gelukkig nog niet elke beweging helemaal begrepen, maar die zal straks in de discotheek de jongetjes van zich af moeten slaan. Daar zullen we via een cursusje zelfverdedigingstechnieken nog aan moeten werken.
Maar dat zeg je als vader natuurlijk niet tegen een dochter bij wie de puberteit op uitbarsten staat.
