Een uitgave van mats bv ©

VAN VADER OP ZOON

Jaargang VII, 24

'Ik was vroeger altijd aan het sporten,' zegt de vader van een schoolvriend van de dochter, waar we met z'n allen op visite zijn en ook blijven eten. ''s Zomers voetballen en honkballen, 's winters schaatsen en ijshockey.' We nippen voorzichtig aan de straffe cocktail die hij zojuist geserveerd heeft. Hoewel de kinderen elkaar uitzoeken, kun je het met sommige ouders soms heel aardig treffen. En vanavond dreigt het gezellig te worden. Hij probeert me uit te leggen hoe het mogelijk is dat hij me van de baan veegt met tennissen, terwijl hij blijft beweren dat hij pas een paar lessen heeft gehad, waar ik al ettelijke winterseizoenen lang zonder al te veel hoop op verbetering getraind word.

Ik was vroeger nooit aan het sporten. Ik fietste elke dag door weer en wind van ons dorp naar de school in de stad en dat was het. Dat leverde me een conditie op als van een paard en als we op gymles strafrondjes rond het voetbalveld moesten lopen, hield ik dat het langste vol. Maar als er op datzelfde veld gevoetbald moest worden, was ik over het algemeen op één na laatste keus. Mijn vader voetbalde ook nooit met me, vandaar. Op mijn eerste heilige communie - dat had je toen nog - kreeg ik een echte leren voetbal van een tante en die vloog nog dezelfde dag door de grootste ruit die we in huis hadden. Dat hielp ook niet. Toen ik 16 werd, kreeg ik een bromfiets en dat was ook ongeveer de leeftijd dat ik achter de meiden aan ging. Bij die nieuwe hobby kwam een goede conditie nog wel van pas, maar aan voetballen had je eigenlijk niks. Zonder geoefend te hebben, kon ik echter wel vrij aardig gedichtjes maken en dat kwam weer wel van pas. Mijn vader stimuleerde dat ook niet want rond die tijd concentreerde hij zich vooral op mijn schoolprestaties.

Ik stimuleer de creatieve ontwikkeling van mijn zoon hevig. Als we samen in de auto zitten, bijvoorbeeld, brullen we naar hartenlust mee met de muziek op de radio of cd-speler. Ook kunnen we heel goed samen uit het raam kijken en voor ons uit dromen. 'Nadenken,' noem ik dat, 'ik weet niks te doen' zegt de jongen dan.

En als we zaterdags langs het voetbalveld lopen op weg naar tennisles, zeg ik steevast: 'Kijk, leuk.' Want om onverklaarbare redenen ben ik wel een groot passief voetballiefhebber. 'Ik mag zelf mijn sport uitkiezen,' zegt de zoon dan onveranderlijk. En omdat hij niet van rennen houdt en al een paar seizoenen mijn tennislessen volgt, is zijn keus op tennis gevallen.

'Wij hebben het sporten ook van huis uit meegekregen,' vervolgt onze gastheer en hij schenkt nog eens in.

Waarom ik daar juist nu aan moet denken, weet ik niet, maar ik gaf mijn vader vroeger met Vaderdag altijd zakdoeken met zijn initialen. Benieuwd wat ik dit jaar van onze zoon krijg.