Een uitgave van mats bv ©
VEILIG
Jaargang X, 6
Het is zondagmiddag, het druilregent en het begint al te schemeren. Ik ga onze zoon ophalen bij een vriend, een paar straten verder, waar hij deze middag heeft gespeeld. Dat is op verschillende manieren gezellig. Het is goed om even een stuk met hem te lopen, qua vader/zoon contact en het is even gezellig om hem juist dáár op zondagmiddag op te halen. Door het raam zie ik dat ze in de eetkeuken met z’n allen zitten te rummykubben. Zodra ze een glimp van mij hebben opgevangen maakt iedereen van de gelegenheid gebruik om het spel op te breken; die waren al lang uitgespeeld. De jongens schieten naar boven want die weten dat het tenminste een biertje en een wijntje duurt voordat we echt naar huis gaan. Als we maar voor Studio Sport weer thuis zijn.
Via van alles en nog wat komt het gesprek op halen en brengen of alleen laten gaan. Dit is blijkbaar de tijd dat in alle gezinnen besluiten hierover genomen worden. We hebben het er vorige week ook al over gehad. Zij doen net alsof ze wat stoerder zijn dan wij.
‘Mijn jongens gaan elke ochtend alleen op de fiets naar school,’ zegt de moeder van de vriend. Dat weet ik. Ik kom haar jongens elke morgen tegen als ik die van mij heb gebracht en terugloop van school naar huis. Zij zijn op de fiets en schieten rakelings langs me heen op de stoep. Ze nemen hier de stoep omdat ze zo makkelijker over een druk kruispunt heen komen. Meestal maken we van de gelegenheid gebruik om een high-five te doen, want we kennen elkaar natuurlijk goed.
‘Ja,’zeg ik vriendelijk, ‘ze fietsen me elke ochtend zo’n beetje van de sokken op de stoep. Je moet eigenlijk tegen ze zeggen dat ze aan de andere kant van de straat gaan fietsen, maar ja, daar is het inderdaad een stuk gevaarlijker.’ Wat natuurlijk ook precies de reden is dat ik ze niet zelf naar de andere kant van de straat stuur.
‘Jij brengt ze nog braaf elke ochtend?’ vraagt zij naar de bekende weg.
‘Inderdaad,’ zeg ik, de stekels meteen enigszins overeind. Dit is een traject dat ik in mijn eigen tempo wil lopen. Ik breng ze trouwens al een paar weken niet meer helemaal tot aan de poort, maar tot aan de laatste oversteekplaats en juist vandaag hebben we opnieuw een belangrijke stap gezet: voortaan mogen ze op maandag tussen de middag alleen naar huis lopen. Wel op elkaar wachten. Misschien is het besluit een beetje onder druk van de publieke opinie genomen, maar ik sta er wel helemaal achter.
‘Ik moet eerlijk zeggen,’zegt de zogenaamd stoere moeder van de vriend, ‘dat ik het wel een veilige gedachte vind dat ze jou nog elke ochtend tegen komen en dat jij een beetje en oogje in het zeil houdt.’
