Een uitgave van mats bv ©

VERKERINGEN

Jaargang VIII, 36

Mijn zoon heeft zijn eerste liefdesbrief binnen.

'Lieve … Ik vind inderdaad heel liev. Zou je met mij willen spelen wand ik hep niemand anders.'

Was ondertekend door een meisje uit zijn klas waarvan naam en adres bij de redactie bekend zijn. Hij lijkt er niet erg van onder de indruk en gaat er ook niet buitengewoon discreet mee om, hij laat het briefje gewoon aan ons allemaal lezen. Zijn zus maakt dan ook meteen een opmerking over de spelfouten, wat natuurlijk heel flauw is omdat zijn nieuwe verkering gewoon een klas lager zit en de zenuwen ook wel een rol gespeeld zullen hebben. Ik mag tenminste aannemen dat het ook haar eerste brief is. Mogelijk dat er bij mijn dochtertje iets van jaloezie bij zit, want van al die zogenaamde vrijers van haar heb ik nog nooit wat mogen lezen. Kan zijn dat het voor me wordt achtergehouden, maar waarschijnlijk komt het omdat jongens gewoon wat minder romantisch zijn. Sommige jongens in elk geval.

'Wat heb je tegen haar gezegd?' vraag ik belangstellend aan mijn zoon.

'Dat het vanmiddag niet kon en dat we maar een andere keer moeten afspreken.'

Heel cool.

Volgens mijn vrouw en mijn dochter komt dat omdat hij eigenlijk op iemand anders is. Maar volgens hem is die ander ook op hem en is ook dat niet wederzijds, want hij is gewoon op niemand. Ik geloof mijn zoon natuurlijk. Voor de ruimdenkendheid vraag ik nog maar even of er soms speciale vrienden zijn, maar dat blijkt ook niet het geval. Ook goed, even goede vrienden. Eerst maar eens de studie afmaken.

Met al mijn ruimdenkendheid ben ik toch weer knap rollenpatroonbevestigend bezig, betrap ik me zelf. Bij mijn dochter krijg ik al snel visioenen van puistenkoppen op gevaarlijke brommers met friemelende handen die allemaal blijven mee-eten, terwijl ik bij mijn zoon al snel denk dat het niet zo'n vaart zal lopen. Zo dacht mijn moeder er vroeger ook over en er is dus blijkbaar niets veranderd. Terwijl ik al op betrekkelijk jonge leeftijd de wereld rond mocht liften, werden mijn zussen uit bezorgdheid veel strakker gehouden. Natuurlijk speelt ook een rol dat ik de jongste was en dat mijn zussen dus heel wat baanbrekend werk voor me verricht hebben. Net als nu bij ons. Bovendien spelen die meiden het soms ook erg onhandig, sorry hoor. Zo werd mijn dochter laatst geïnterviewd voor het blad van de tennisclub en toen noemde ze pardoes de naam van haar liefste vriend, hetgeen door de journaliste natuurlijk gretig werd opgetekend. Het is met een sisser afgelopen, want ze worden nog steeds met elkaar gesignaleerd, maar zo breng je zo'n jongen wel in verlegenheid, die heeft dan toch weer even moeite om zich een houding te geven in de klas.

Ik moet eens diep zuchten. Ze zeggen wel dat het alleen maar leuker wordt als ze ouder worden.