Een uitgave van mats bv ©

VERLIEFDER

Jaargang X, 38

In de klas van mijn dochter is een jongetje ziek. Flink ziek. Zo ziek dat hij zelfs niet naar school kan, terwijl het schooljaar nog pas net begonnen is. Natuurlijk heeft de hele klas al iets op een reuzenkaart geschreven en die bij hem in de bus gedaan en ze hebben ook al wat geld opgehaald voor een cadeautje. Maar het leek haar eigenlijk een leuk idee om hem gewoon eens op te gaan zoeken. Tenslotte is het wel een beetje een speciale vriend van haar.

Goed plan, zou ik denken, maar dat bleek te makkelijk gedacht. Mijn vrouw wist niet of hij wel bezoek kon ontvangen en wou eerst even met zijn moeder bellen of het wel gelegen kwam. Ik kon het telefoongesprek maar van een kant volgen, maar ik begreep dat zijn moeder ook aarzelde. Niet omdat het te druk voor hem zou zijn, integendeel hij zou het juist hartstikke leuk vinden als onze dochter kwam, maar omdat ze zich afvroeg of dat nou wel leuk was voor haar. Juist op het moment dat ik me er mee wilde gaan bemoeien, besloten de moeders echter het roer om te gooien. Het was immers een idee van de kinderen zelf, waar zouden ze zich eigenlijk mee bemoeien.

Precies, dacht ik zachtjes.

Aldus wordt mijn dochter bij hun op de stoep afgezet als ze de zoon naar hockey-training gaat brengen

‘Misschien een half uurtje en dan kom je haar weer ophalen,’ schijnt zijn moeder nog gezegd te hebben. Pas vele uren later is mijn pleegzustertje Bloedwijn weer thuis.

‘Wat hebben jullie dan al die tijd gedaan,’ vraagt mijn vrouw impertinent, ‘en was het gezellig?’

‘Nou gewoon gekletst en een spelletje gedaan, en het was heel gezellig.’

‘Ja logisch, want hij is verliefd op haar,’ zegt onze zoon en die kan het weten want die hoort en ziet nog wel eens wat op het schoolplein.

Normaal hebben we nu al alle poppen aan het dansen, maar dit keer niet, dus we kunnen even doorgaan over dit hoogst interessante onderwerp.

‘Gôh,’ zeg ik langs mijn neus weg, ‘ik dacht eigenlijk dat die en die verliefd was op jou.’

‘Die ook,’ zegt de zoon.

‘En dat andere jongetje dan….’ Ik herinner me nog zo’n knulletje dat op de tennisclub altijd schaapachtig achter haar aandraaft. Ik kan alleen even niet op zijn naam komen.

‘Die ook,’ zegt broerlief.

‘En…’

‘Die ook.’

Uiteindelijk kan ik alleen nog het jongetje verzinnen op wie haar beste vriendin is. Dat blijkt gelukkig een aansteller die op niemand verliefd is, dus ook niet op haar vriendin.

Ik kijk mijn knappe dochter eens aan terwijl ze zich zit te verbergen achter een quasi verlegen glimlachje. Het mogen dan misschien allemaal kleine deugnietjes zijn die jongetjes-klasgenootjes van haar, maar ze hebben wel smaak.

‘Weet je, schat, als ik ziek was en ik mocht niet naar buiten, zou ik het ook heel leuk vinden als jij bij mij op visite kwam.’

Ze kijkt terug met precies die blik waar al die jongetjes voor wegzwijmelen.

‘Ik ook als jij kwam als ik ziek was, papa.’

Nog even dan.