Een uitgave van mats bv ©

VOETBALTOERNOOI

Jaargang XI, 13

Laat ik vooropstellen dat alles wat echte mannen van vrouwenvoetbal vinden, dat vind ik ook. Daar wil ik niet quasi-geëmancipeerd over doen. Wij vinden het heel leuk, mijn zoon en ik, dat mijn vrouw en dochter meekijken als er een leuke wedstrijd op tv is, en ze mogen ook één voetballer nadrukkelijk als idool uitzoeken, een soort vrouwen-man-of-the-match, maar tijdens de wedstrijd voeren hij en ik het gesprek en houden wij de afstandsbediening in bezit.

Ik wil het niet mooier maken dan het werkelijk is.

Maar evengoed sta ik hier op paaszaterdag in de hele vroege ochtend langs het veld als coach van het team van mijn dochter.

Mijn zoon hockeyt namelijk!

Meester is er natuurlijk ook, op zijn vrije zaterdag en een enkele ouder, die na het afzetten gewoon blijft kijken. Ik ben de coach van veertien meiden van tien en elf. Gelet op het tijdstip – half negen – is duidelijk dat dit niet helemaal vrijwillig is. Ik ben gevraagd door mijn dochter en heb dus niet nee kunnen zeggen. En ze heeft me gevraagd omdat ik toevallig op de training stond te kijken.

‘Dat kun jij toch wel doen, papa?’

Enerzijds ben ik trots dat ze me vraagt. Ik bedoel: het kind loopt toch een enorm risico ten opzichte van haar vriendinnen. Je vader als voetbalcoach! Wat een vertrouwen.

Anderzijds heb ik natuurlijk ook buitengewoon veel verstand van voetballen. Dus dat kan ik ook wel doen.

Coachen is kiezen, zeggen wij voetbalcoaches vaak tegen elkaar. Wie stel je op? Welke acht meiden van de veertien die je ter beschikking hebt? Wij wisselen zo vaak dat elke tegenstander in hevige verwarring komt. En niet alleen de tegenstander, ook de scheidsrechter en vaak ook wijzelf. Altijd even samen tellen als wij weer van veld of van helft wisselen.

Qua voetballen stelen wij niet veel voor. Gewoon met zijn allen op een kluitje achter de bal aan. Maar dat blijkt achteraf juist een geweldige tactiek! Al de andere teams hebben namelijk wél geoefend en die staan dus keurig opgesteld verspreid over het veld. Maar wij niet. Wij staan allemaal bij de bal. Die is dus van ons. En van de verrassing frommelen wij aan het begin van elke wedstrijd met zijn allen – want ik heb alleen maar aanvallers – die bal telkens wel een keer over de vijandelijke doellijn. En als we eenmaal vóór staan, gaan we over tot het tweede gedeelte van onze tactiek: het klassieke tijdrekken. Vooral mijn tweede team, dat van na de wissel dus, blijkt daar heel bedreven in. De meiden hebben er zichtbaar lol in. Lekker de bal over de zijlijn jensen. Als keeper de bal net zo lang vasthouden totdat de scheidsrechter er wat van zegt. Misschien niet het allermooiste voetbal, maar wij zijn er goed in en – het resultaat telt – we zijn er een heel eind mee gekomen. Tweede in onze poule. Nét niet in de finale. Eigenlijk de derde plaats, zou je kunnen zeggen, maar er was geen bronzen medaille. Ik ben daar nog tevergeefs over begonnen bij de organisatie. Niettemin trots op ons allemaal, leuke dag gehad, mooi vaantje en nog samen patat gegeten.

En hoewel ik natuurlijk toch weer druk heb lopen doen langs de zijlijn en heb geroepen en gewezen en hard gejuicht, vond zelfs mijn eigen dochter achteraf dat ik het goed gedaan had als coach.