Een uitgave van mats bv ©
VOORJAAR
Jaargang X, 12
Dit keer was het me wel gevraagd, maar was het antwoord niet afgewacht. Een heel huwelijk lang wil mijn vrouw al op wintersport en even lang heb ik dat vakkundig weten af te houden. Maar nu de kinderen de ski-gerechtigde leeftijd hebben bereikt en van vriendjes horen dat het wel eens leuk zou kunnen zijn, is er geen houden meer aan. Ze gaat en ze neemt de kinderen mee.
En wat doe je dan, als hoofd van een gezin dat zich in de gevaarlijkste van alle vakantie-avonturen gaat storten? Je gaat van arren moede maar mee. Had van haar niet gehoeven, maar mag best, als ik me maar positief opstel. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Als Zuiderling hou ik niet van sneeuw en koud en vind ik glijden – op latten of ijzers – een onnatuurlijke manier voor de mens om zich voort te bewegen. Als een berg hoger is dan de Cauberg - zo’n 300 meter - vind ik het eigenlijk al meteen aanstellerij.
In Zwitserland stikt het van dergelijke bergen, dus daar ging het naar toe voor onze wintersportvakantie. Ik vraag me wel eens af wat dat betekent voor de volksaard en mentaliteit als je horizon nooit verder reikt dan de volgende berg, maar dat geheel terzijde.
Laat ik vooropstellen dat ik me buitengewoon positief heb opgesteld, mijn vrouw zal het beamen. Zelfs toen het 22 graden vroor, midden in een sneeuwstorm, boven op de Matterhorn, kwam er geen onvertogen woord over mijn stijfbevroren lippen.
Mijn uitmonstering was natuurlijk in orde. In een gerenommeerde zaak, maar wel in de uitverkoop, had ik een modieus zwart tweedelig pak en bijbehoren aangeschaft. Ik vond het een hele opluchting te merken dat de strakke fluoriscerende pakken-aan-een-stuk uit de mode bleken. Het feitelijke ski-gereedschap hebben we ter plekke gehuurd voor een bedrag waarvoor ik dacht dat we het gekocht hadden.
Het valt niet mee om je als volwassen beginner, met respect voor eigen lijf en leden een houding te geven op zo’n berg. Om steeds opnieuw door de leraar of een Sint Bernhard te moeten worden uitgegraven, terwijl de rest van je klasje al lang weer in het dal is aangekomen. Om van diezelfde leraar te horen te krijgen dat privé-les het enige is dat jou misschien nog kan helpen. Om op de laatste dag - als je denkt dat alles voorbij is, maar je nog zonodig een tochtje moet maken met het hele gezin en een vriendin en haar zoon - te moeten constateren dat je kinderen wel iets hebben opgestoken van de lessen en je links en rechts voorbijschieten.
Naar mijn gevoel ben ik van elke berg in Zwitserland afgedonderd, -gevallen, -gekukeld en gedaald, soms ook óp de ski’s. Bont en blauw ben ik en van de inwendige kneuzingen en spierpijn kan ik nog steeds niet goed lopen hoewel ik twee keer buitengewoon pijnlijk ben gemasseerd door een hardvochtige Zwitserse.
En nu wil iedereen weten of we volgend jaar weer gaan.
Laat het eerst maar eens voorjaar worden.
