Een uitgave van mats bv ©

VOORLEESWEDSTRIJD

Jaargang X, 50

De boekencommissie heeft, in samenwerking met de leerkrachten van groep 7, onlangs de traditionele voorleeswedstrijd voor leerlingen uit de groepen 7 en 8 gehouden.

Altijd een spannende middag! De uiteindelijke winnares is geworden: Elma Heffels.

Zij zal onze school vertegenwoordigen bij de voorleeswedstrijd in de plaatselijke bibliotheek.

Veel succes, Elma!

Omdat het op papier toch veel echter is, hebben we de e-mail aan alle ouders uitgeprint en hij ligt nou op tafel. Mijn dochter glundert, mijn vrouw glundert en zelfs Simon is plaatsvervangend trots op zijn zus, maar voor wat papa aan het doen is, is glunderen een veel te slap woord.

Je kan alleen maar hopen dat je kinderen iets van je oppikken en liever nog dat ze het beter doen. Wie mijn bronsgroeneikenhouten stemgeluid kent, weet dat ze het beter doet. Zelfs de Haarlems schrapende g van mijn vrouw heeft ze weggefilterd.

Wij wisten het al eerder natuurlijk, maar niet meteen na afloop van de wedstrijd omdat we het eerst niet durfden vragen. Het was namelijk niet zomaar een wedstrijd, er deden beste vriendinnen mee en ex-beste vriendinnen en dan hoef ik de vrouwelijke lezers niet uit te leggen hoe beladen het allemaal was. En zelf dacht onze deelnemer dat een leuke jongen uit groep 8 wel de meeste kans zou maken.

Onze zoon was die dag het eerst thuis en we wisten dat hij verplicht was gaan luisteren in de gymzaal.

´Ze heeft gewonnen hoor,´ zegt de jongen achteloos, ´en terecht, ze was gewoon het beste.´

En daar is de kampioen zelf.

´Ja,´ zegt ze, ´gewonnen. Papa mag ik bij haar thuis gaan spelen?’ Ze heeft een vriendin bij zich die de finale niet eens heeft gehaald. En zoals mijn dochter zegt: ‘Dan ga ik echt niet de hele tijd roepen van ik ben de beste of zo.’ Naast voorlezen krijgen ze op school blijkbaar ook lessen in bescheidenheid.

Zij gaat spelen en wij blijven een beetje beteuterd achter. Mama had nog wel een taartje gekocht om het te vieren of om te troosten, al naar gelang het resultaat.

Maar nu, nu die brief er ligt, kunnen we met z’n vieren de eigendunkschade inhalen. We dromen vooruit. Eerst wordt de stadsbibliotheek veroverd, dan de provincie en dan het hele land. De televisie zal er natuurlijk bij zijn. Maar laten we bij het begin beginnen: wat zal ze in de bieb gaan voorlezen.

‘Dat moet je met meester overleggen,’ meent mijn vrouw, ‘of met een moeder van de boekencommissie, die hebben er natuurlijk ook verstand van.’

‘Of je leest een verhaal van papa voor,’ stel ik voor. Ik geloof niet dat wij vroeger op school al lessen in bescheidenheid kregen, maar dat is in elk geval lang genoeg geleden om het grondig te hebben afgeleerd. Bovendien zou het wel eens goed zijn voor mijn verhalen als ze buiten kwamen en werden voorgelezen.

‘Nee hoor papa, dat is hartstikke stom en heel erg opschepperig.’

‘Helemaal niet, het is eigenlijk heel logisch. Vaak gaan die verhalen over jou en laat ik jou dingen zeggen, en dat kun jij dus vanzelfsprekend heel natuurlijk voorlezen.’ Ik besluit de blikken van mijn vrouw te negeren. We weten allang dat dit niet gaat gebeuren, maar ik ga even lekker door.

‘Maar we mogen juist helemaal niet met stemmetjes praten.’ Mijn dochter gaat even lekker mee.

‘Je moet ook niet met stemmetjes praten, het zijn je eigen woorden die je met je eigen stem uitspreekt.’ Qua voorlezen mag ik dan niet veel voorstellen, discussiëren kan ik heel goed. Dan ga ik maar even een kopje thee zetten, want drie tegen één is niet eerlijk.

‘Onze volgende activiteit is het voorleesontbijt op 18 januari aanstaande,’ schrijft de boekencommissie ook nog in de veelbesproken brief. ‘We zijn druk bezig met de voorbereidingen en houden u op de hoogte.’

Ik denk dat ze mij daarvoor dit jaar weer niet zullen uitnodigen.