Een uitgave van mats bv ©
VOORNEMENS
Jaargang X, 51
We moeten allemaal eens praten met onze zoon.
Meester omdat hij niet zulke verschrikkelijke woorden tegen een jongetje uit zijn groep mag zeggen ook al zou dat jongetje precies hetzelfde hebben gezegd.
Juf omdat hij gewoon mee moet doen met de groep en niet zijn eigen programma kan afwerken.
De hockeycoach dat hij moet rénnen. De tennisjuf van wintertennis dat hij niet moet lopen klooien met zijn vriendjes, dat hij een brede zwaai moet maken en wel een beetje achter de bal aan moet lopen.
En nu piano-juf ook nog. Of hij eindelijk eens wil leren noten lezen. Dat heeft ze nu al een paar keer gevraagd, maar er zit geen enkel schot in, het staat zijn ontwikkeling in de weg.
Het is kil, nat en donker buiten en stil in de auto als we samen naar huis rijden. Hij zit naast me, zijn pianoboeken op schoot. Het is vrijdagmiddag; deze week heeft hij twee keer getraind en morgen speelt hij dan nog een wedstrijd met hockey en het is koud op het veld. Hij heeft tennisles in de zaal en in de trainingswedstrijdjes is hij zelfs door de kleintjes ingemaakt. Hij hoort zelf ook wel dat zijn pianospel vandaag nergens naar klonk. En hij was niet uitgenodigd voor een partijtje waar veel van zijn vrienden wel waren uitgenodigd. Gelukkig komt het nieuwe poesje ’s avonds wel op zijn bed slapen, ook al moet hij haar daarvoor in het begin nogal stevig vasthouden.
Hij laat zijn schouders een beetje zakken. Dat gevoel voor drama hebben ze ook van hun moeder.
‘Het valt niet mee, hé jongen? Ze zitten ook wel allemaal erg op je nek.’
‘Schei daarmee uit,’ zegt mijn vrouw als we thuis zijn en ik probeer het nog eens voor hem op te nemen. ‘Praat het toch niet steeds weer goed.’
We hebben onderweg cacao gekocht voor warme chocolademelk, die hebben we ook gemaakt zonder de melk te laten overkoken. Nu zitten we even en zij wil de gelegenheid te baat nemen om hem ook nog even toe te spreken. Ter afsluiting van de week.
Hij kijkt van mijn vrouw naar mij en terug, de ogen deemoedig enigszins geloken. Hij weet het ook wel. Dat je als kind niet alleen pleziertjes hebt en een spelcomputer, dvd-speler en televisie, maar ook plichten als huiswerk maken, een beetje helpen in huis, aardig zijn tegen iedereen en serieus sport trainen en muziek oefenen. En als het teveel wordt met die clubjes, dat hij dan best ergens áf mag. Dat het huiswerk niet in anderhalve minuut af kan zijn, dat de kookwekker voor piano oefenen steeds sneller lijkt te gaan lopen en als mama vraagt om een stapeltje strijkgoed netjes in de kast te leggen, dat het er dan niet in gesméten moet worden. Dat hij af en toe zijn mond moet houden als andere praten, niet altijd leuk hoeft te zijn en zeker niet brutaal.
‘Ja ik weet het, ik moet gewoon beter mijn best doen,’ vat de jongen samen.
‘Ja, en ook dóen en niet alleen beloven. En niet alleen vandaag, ook morgen en volgende week.’ Mijn vrouw heeft natuurlijk het laatste woord. Tenminste dat was de bedoeling.
‘Maar mag ik dan nu op de computer?’
