Een uitgave van mats bv ©

VOORNEMENS

Jaargang XII, 1

Het was een jaarwisseling om niet over naar huis te schrijven. Terwijl de Kerstdagen nog in rustige gezinsharmonie waren verlopen, sloeg het noodlot vlak voor oudjaar toe. Nou ja, noodlot, ik werd ziek. Nou weet ik dat de algemene mening is dat een man met een verhoging van 0,02 graden het liefst naar zijn moeder loopt voor een kopje bouillon en een nieuwe pamper en daarom ging ik voor de zekerheid mijn gelijk halen bij de dokter.

Me eerst nog samen met mijn zoon naar kapper Jack de Knipper gesleept voor een frisse nieuwjaarslook. De jongen blijft bij voorkeur in de auto zitten bij kleine boodschappen, maar bij de dokter ging hij graag mee naar binnen. Mee de wachtkamer in, maar ook de spreekkamer en daarna zelfs de behandelkamer. Samen met de dokter liet hij me A zeggen en keek hij eens diep in mijn keel. Hij bereidt zich duidelijk voor op een carrière als man.

De dokter had het snel gezien: flinke keelontsteking. Koorts opnemen hoefde blijkbaar niet eens, dat was duidelijk en dus waarschijnlijk ver boven de 45 graden. Met mijn laatste krachten sleepte ik me nog naar de apotheek, waar mijn zoon even in de auto bleef zitten. Stevige penicillinekuur aangeschaft. Niet te verwarren met een antibioticakuur, maar door mijn vrouw daarmee toch verward. Het verschil is dat je bij antibiotica niet mag drinken en dat daar bij penicilline niets van in de bijsluiter staat.

Later hoorde ik van een collega met een kaakontsteking – óók hartstikke zielig - dat er zelfs antibioticakuren bestaan waarbij je wél mag drinken en dat die door begripvolle doktoren ook wel eens worden voorgeschreven rond de feestdagen. Ik zou er mijn dokter niet eens om mogen vragen van mijn vrouw, die juist in deze tijd erg vastberaden is waar het mijn goede voornemens betreft. Zelf had ze qua champagne nergens last van en gingen haar eigen goede voornemens om begrijpelijke redenen pas na het ontwaken op Nieuwjaarsdag in.

Maar op Oudejaarsdag was er nog geen enkele verbetering in mijn beroerde situatie terwijl mijn zoon steeds zenuwachtiger heen en weer pendelde tussen mijn ziekbed en de respectabele berg vuurwerk die we hadden opgeslagen in de garage tussen mijn olie-lekkende oude auto en een jerrycan reserve benzine.

Sinds het begin van ons huwelijk betrekt mijn vrouw vuurwerk niet meer in goede voornemens of opvoedplannen. Bierkaai. Uit solidariteit met mijn dramatische gesteldheid verklaarde ze zich zelfs bereid om mijn bestelling op te halen bij de vuurwerkwinkel, waar die door enkele tevreden medewerkers van die firma achter in haar auto werd getild. Uiteraard houdt ze me wel persoonlijk verantwoordelijk voor de vingers van mijn zoon.

En wat doe je dan als liefhebber, vader en liefhebbende echtgenoot? Je neemt een halve gezinsverpakking paracetamol tot je en gesteund door een overdosis adrenaline sleep je je uit de bedstee, steekt een lontje aan en gaat met je zoon de straat op.

Inmiddels gaat het alweer een stuk beter met me, dank u. Lekker uitgerust eigenlijk, noodgedwongen, maar toch. Vanmorgen gedoucht en geschoren en toen weer eens voorzichtig in de spiegel gekeken. Hm, viel eigenlijk wel mee. Beetje bleekjes nog, maar die ingevallen wangen staan me best goed.

‘Je hebt inderdaad niet meer zo’n opgeblazen hoofd,’ zegt mijn dierbare echtgenote lief. Ook de weegschaal lacht me vriendelijk toe. De antibioticakuur die nooit een antibioticakuur is geweest, moet helemaal worden afgemaakt en dus staat het bier in mijn prachtige nieuwe Beertender een beetje te bederven.

Soms hebben goede voornemens gewoon een hardvochtig zetje nodig.