Een uitgave van mats bv ©
VORM EN INHOUD
Jaargang X, 16
Hoewel het tweede Paasdag is en dus eigenlijk een zondag of tenminste een feestdag en in elk geval een rustdag, ga ik in alle vroegte al naar de sportschool.
De sportschool? Jazeker!
Tot op heden heb ik het niet van de daken willen schreeuwen, want het zal niet de eerste keer zijn dat ik vol goede moed aan een dergelijk zelfkwellingsproject begin, om enkele dagen, weken of hooguit een maand later gedesillusioneerd te moeten toegeven dat ik weer in wilskracht tekortschiet. Maar dit keer is het anders, alleen al omdat het nu al een maand of vier duurt. Het was dan ook de laatste kans, want als je het op mijn leeftijd laat hangen, heb ik me laten vertellen, is het verval onherroepelijk. Bovendien nadert de zomer en dus het bikini-seizoen. En ik zou mijn oude favoriete zwembroek wel weer eens aan willen en niet die nieuwe die op de groei is gekocht.
De sportschool zelf, ook wel modieus fitnessclub geheten, is met zorg uitgezocht. Geen trendy trilplaten, bionische spier-ionisatoren, whirlpools, stoombaden of sauna. Gewoon een zaal tjokvol loopbanden, roei-apparaten, fietsen en ander martelwerktuig. Het publiek bestaat ruwweg voor de helft uit zwaar getatoeëerde, volbespierde mannen en vrouwen en voor de andere helft uit hoopvolle amateurs, zoals ik. Tussendoor bewegen zich de meedogenloze en onbarmhartige instructeurs en instructrices die trainingsschema’s voor je opstellen waar de Spaanse Inquisitie zich niet voor geschaamd zou hebben.
Sportscholen zijn de straf voor talentloze sporters, denk ik; als je anders niks kunt, moet je daar je spieren en uithoudingsvermogen duur betalen. Maar ik ga en ik blijf gaan, twee keer per week en soms zelfs drie keer. Dat begint met tien minuten roeien, tegen de wind en de stroom in, dan een ruim uur trekken, duwen, sleuren en hangen aan allerlei apparaten en vervolgens een half uur fietsen met zwaar verzet bergop. Dat laatste is volgens mijn instructrice nodig ´om de spieren droog te leggen´. Bij haar heeft het in elk geval geholpen.
En als ik mijn spiegel mag geloven, begint het bij mij warempel ook een beetje te helpen. Maar ik hoor het graag eens van een ander.
´Bewonder me nou eens,´ zeg ik tegen mijn vrouw als ik volledig uitgeput thuiskom.
´Ik ben hartstikke trots op je dat je al zo lang volhoudt,´ zegt ze braaf. Maar dat bedoel ik niet, ik wil resultaten horen.
´Zeg eens wat van mijn indrukwekkende schouderpartij.´
´Ja, dat kan je echt al een beetje zien.´
´En van mijn imposante biceps.´
´Mmm, ik voel inderdaad wat, geloof ik.´
´Van mijn strakke kont.´
´Dat was me eerlijk gezegd nog niet opgevallen.´
´Van mijn keiharde buikspieren dan.´
´Nou dat zijn er nog wel een beetje veel, vind ik.´
En dan te bedenken dat ik het allemaal voor háár uitzicht aan de rand van het zwembad doe.
´Weet je wat,´ zegt ze opgewekt, ´we gaan met z´n allen een flink stuk fietsen, dat scheelt weer wat bier-calorieën.’
De motivatie zal echt vanuit mezelf moeten komen.
