Een uitgave van mats bv ©
VRIENDSCHAP
Jaargang VII, 49
De buurvrouw-die-nooit-had-mogen-vertrekken, maar die toch altijd onze buurvrouw zal blijven, ook al is ze toch vertrokken, was even op visite uit Amerika. We hebben nog getwijfeld of we wel een positief reisadvies konden afgeven, gezien de situatie in de wereld, maar we hadden haar te lang al niet gezien. Ik zeg 'we' omdat haar man en kinderen ook meegekomen waren en dat we dus konden spreken van een gezinsvisite, maar ik had nu en dan toch de indruk dat het de dames daar niet om te doen was. De buurman die net zo goed nooit had mogen vertrekken, moest na een weekje alweer naar huis. Tot die tijd heb ik leuk mogen meedoen en met z'n tweeën slaagden we er over het algemeen wel in om een beetje in het gesprek betrokken te raken. Daarna is er nauwelijks meer een poging gedaan. De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat ze van mij weinig last hebben gehad. Behalve in de weekenden, was ik over het algemeen gewoon aan het werk en als je aan het eind van de dag in een gesprek valt dat al de hele dag geduurd heeft, kun je maar beter je mond houden. Ook de kinderen hebben mij in zo'n week niet nodig. Die moeten elkaar een heel jaar speelgoed laten zien, waaronder vooral natuurlijk de spelcomputer van onze zoon. Als je de kinderen met elkaar ziet spelen, zie je ook dat een heel jaar misschien wel lang is als je op elkaar zit te wachten, maar als je elkaar weer ziet, is het ook meteen alsof je elkaar gisteren nog voor het laatst zag. Ik denk wel eens dat het maar handig is dat de kinderen het zo goed met elkaar kunnen vinden. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor haar man en mij. Maar ik denk eerlijk gezegd ook dat ze elkaar stiekem zouden treffen als het anders was.
Laat ik vooral niet doen of ik zielig ben geweest, integendeel. Zo'n vriendschap is iets bijzonders en daar mag ik graag van een afstandje naar kijken.
Ik heb me dan ook maar heel even schuldig gevoeld toen op de dag voor hun vertrek bleek dat ik niet bij het afscheidsdineetje kon zijn. Dat restje schuldgevoel had ik ook nog afgekocht met een op afstand besteld flesje voor op hun tafel.
'Mijn man staat nog in de file,' wilde mijn vrouw in het restaurant uitleggen.
'Dat klopt, mevrouw,' begreep de ober, 'daar heeft hij in het begin van de middag over gebeld.'
'Moe zeker?' vraag ik als mijn vouw later die avond naast me op de bank neerzijgt. We hebben ze dan net uitbundig en langdurig uitgezoend.
'Nou,' zegt ze, 'en morgen moet ik haar in alle vroegte bellen want anders verslaapt ze zich voor haar vlucht.'
's Avonds zal de buurvrouw, die zich nog nooit heeft verslapen, bellen dat ze goed is aangekomen en de dagen daarna gaan ze weer mailen.
Dan duurt het weer een jaar voordat het lijkt alsof ze elkaar gisteren nog gezien hebben.
