Een uitgave van mats bv ©

VUIL SPEL

Jaargang XI, 26

Jazeker ga ik nog even door over dat nest katjes. Nog vier weken als het moet, want dan zijn ze acht weken oud en kunnen ze volgens het handboek uit huis worden geplaatst. En geen dag later! Mijn hele huishouden ligt inmiddels overhoop. Vanuit de garderobekast van mijn vrouw en dochter, is de poes met haar nest naar de slaapkamer van mijn zoon verhuisd. Puur voor de gezelligheid, want daar wordt voortdurend met ze gekroeld en daar is bovendien meer ruimte voor publiek, dat in groten getale blijft toestromen.

Het is grappig om te zien hoe de kleine poesjes enthousiast beginnen rond te dribbelen zodra de kinderen wakker zijn. Er wordt met ze gezeuld en geknuffeld en ze laten het zich gil-piepend van de lol welgevallen. Als de kinderen naar school zijn, staan ze nog wat wankel na te trillen op hun pootjes en daarna vallen ze om en in een peilloos diepe slaap. Na schooltijd begint het dan weer opnieuw. Ondertussen hebben ze nog een paar valse starts als ze al hoopvol opveren als iemand langskomt, maar dan ben ik het maar.

Inmiddels wordt de strijd tussen mij en de rest van mijn gezin of er eentje mag blijven of niet steeds grimmiger.

Mijn zoon speelt het nog gewoon op de man. Tijdens een partijtje tafeltennis met één van zijn maten hoor ik het recht-voor-zijn-raap: ‘Jouw zoon zegt dat jij maar net doet alsof je er geen wil en dat zij je toch wel kunnen ompraten.’

Mijn dochter speelt een heel vies spelletje. Het is erg dat ik het van mijn eigen vleesch en bloed moet zeggen, maar ik mag er mijn ogen niet voor sluiten. Tot tweemaal toe!

Eerst op Vaderdag.

‘Kijk eens allerliefste papa, helemaal speciaal voor jou van mij, in plaats van altijd maar weer een tekening, een klein poesje. Je gaat toch zeker geen cadeautje weigeren?’

Toen op haar eigen verjaardag, nadat ze langzaam alle cadeautjes heeft uitgepakt en de 11 kaarsjes op haar taart heeft uitgeblazen.

‘Ik ben overal heel erg blij mee, dank jullie wel. Maar weet je wat ik nou het allerliefste zou willen hebben? Het áller- állerliefste?’ Ze hoeft het niet te zeggen, ze hoeft alleen maar een van die pluizebolletjes op te pakken.

De zogenaamde onpartijdigheid van mijn vrouw blijkt een wassen neus. Verassing, verassing! Die valt opeens door de mand als er een vierde overname-kandidaat opduikt. Waarmee ieders problemen zouden zijn opgelost.

Maar ze zegt: ’we hebben ze al allemaal besproken.’ Ik hoef maar één wenkbrauw op te trekken om haar te laten vervallen in een onduidelijke en onbegrijpelijke verklaring. Zó doorzichtig.

Kalm, rustig en redelijk zet ik tijdens een gezinsberaad, vermomd als lunch, mijn argumenten nog eens op een rij.

Het is medisch bewezen dat ik een tikje allergisch ben voor katten. Met een doktersreceptje hou ik het met de huidige twee onder controle. Een derde is niet zonder gevaar voor mijn gezondheid. Dat zou een operatie kunnen worden; altijd gevaarlijk voor een man op mijn leeftijd. Of een paar maanden in een sanatorium in Davos, ook helemaal niet gezellig natuurlijk.

Blanco, onze geliefde maar gecastreerde kater is heel erg ongelukkig onder de situatie. Dat is voor ons allemaal duidelijk. Terwijl we allemaal gehoopt hadden dat hij een gelukkige stiefvader zou worden. Hij blaast en is hele dagen van huis. Laten we hopen dat hij zijn heil niet elders gaat zoeken. Dat hij niet die drukke verkeersweg gaat oversteken waar we al drie andere poezen zijn verloren.

Ik lees in het handboek dat er gevallen bekend zijn van kittens die bij de moeder bleven en haar uiteindelijk uitmergelden. Uítmérgelden.

Dat wij de laatste keus uit het nest zullen hebben en dat waarschijnlijk dus niet de allerslimste voor ons zal overblijven. Hoewel op dat laatste criterium nog nooit een kat is geselecteerd bij ons.

Hoezo subtiel? Grof geschut. Real life!

Meer wil er niet over zeggen.

Alleen misschien nog dat de voorlopige namen die de kinderen de katjes gegeven hebben natuurlijk niet gelden als er – puur theoretisch – toch een zou blijven.

Ik doe hier in huis de namen en wat er ook gebeurt, er gaat bij mij geen kat rondlopen die Jordan G. heet.