Een uitgave van mats bv ©

VUURTJE STOKEN

Jaargang VIII, 41

Al een paar jaar ligt in het schuurtje een stapel keurig op maat gezaagde stammetjes te drogen. Ze zijn inmiddels al lang kurkdroog, maar ze moeten nog op maat gekloofd worden voor de open haard. Er is heel wat moed en een goede aanleiding nodig om aan die klus te beginnen. Ik heb twee goede aanleidingen: al het andere losliggende hout is weggestookt op onze romantische avonden en de tuin is heel erg aan een grote schoonmaak toe. Dus in de handen gespuugd, de kloofbijl uit het stof gehaald en aan het werk. En als je eenmaal bezig bent en de neiging hebt onderdrukt om na het tweede weerbarstige, knoestige blok een kopje thee te gaan drinken is het geen onplezierig werk. Voor iemand als ik, die het grootste deel van zijn werkleven op kantoor slijt, is het best lekker om eens flink fysiek bezig te zijn. Bovendien krijg je er van die mooie spierballen van. Verhoudingsgewijs natuurlijk en pas na verloop van tijd, maar de stapel stammetjes is heel behoorlijk. Aanvankelijk komen de kinderen geïnteresseerd, geamuseerd en verwonderd naar vaders krachtexplosie kijken. Het doet mijn zoon denken aan de Kop van Jut op de kermis en dat zegt genoeg. Als ik de bijl even neerleg om een nieuw stammetje te pakken, rapen zij blokken en stapelen die keurig op. Maar als hun duidelijk wordt dat ik dit het hele weekeinde blijf doen, druipen ze na verloop van tijd af. 'Ik heb geen zin meer om te helpen, mag ik op de computer?' vraagt mijn zoon. Zijn zus is dan al met stille trom vertrokken om een heel ingewikkelde puzzel te gaan maken.

Aan het eind van de middag heb ik een alleszins respectabele stapel half weggewerkt, besluit ik dat er morgen weer een dag is en sta ik mezelf een traktatie toe. Een kopje thee is dan natuurlijk niet meer voldoende. Moe, zeg maar gerust uitgeput, maar voldaan aanschouw ik de keurige stapel haardklare blokken. Daarnaast staat een kruiwagen met spaanders, stukken schors en onstapelbare blokken. Dat is mijn toetje, daar gaat de fik in. Dat is inderdaad wel een beetje à la familie Flodder in een keurige buurt als die van ons, maar ik heb het wel verdiend. Het vuurtje wint het al snel van puzzel en computer. Dat zit ongetwijfeld in hun genen. Ikzelf had als kind altijd al illegale doosjes lucifers op zak en tot ver in mijn volwassenheid heb ik achter de brandweer aangefietst. Ik ben ongetwijfeld de aangewezen persoon om mijn kinderen verantwoord kampvuurgedrag bij te brengen. Mijn vrouw is bovendien niet thuis. Binnen de kortste keren ontstaat een geweldige rookontwikkeling boven onze buurt doordat ze het vuurtje iets te enthousiast voeden.

Door de wolken heen zie ik mijn zoon naar binnen rennen en even later terugkomen met een theedoek.

'We gaan rooksignalen geven,' zegt hij, 'net als de Indianen.'

Maar dan komt mamma thuis.