Een uitgave van mats bv ©
WEEKENDRUST
Jaargang XIII, 13
Er was een tijd dat het weekeinde bedoeld was om de hardwerkende kostwinnaar bij te laten komen van een drukke week van noeste arbeid. Op vrijdagavond nam je dan nog een bloemetje mee voor moeders, iedereen ging in bad en daarna vroeg naar bed. ‘s Zaterdags wat lichte klussen in en om het huis en de auto wassen. ’s Zondags eventueel ter kerke, het vlees snijden, een ommetje met het gezin en daarna Studio Sport.
Zo eenvoudig is het leven al lang niet meer. Sinds wij mannen niet meer het alleenrecht hebben op kostwinnen en sinds ’s zondags het vlees snijden in een kwaad daglicht is komen staan vanwege een tv-spotje van ‘postbus 51’ dat bedoeld was om de man ook aan het opvoeden te krijgen, zijn ook de weekeinden gelijkelijk verdeeld, qua rechten en plichten. En dat niet alleen, aan de ouder van vandaag de dag worden ook nog eens veel meer eisen gesteld.
‘Kan me niet herinneren dat mijn ouders ooit naar een sportwedstrijd kwamen kijken,’ zegt mijn vrouw dit weekend nog.
‘Ik ook niet,’ als ik er over nadenk en dat kwam niet alleen omdat ik eigenlijk zelden aan sportwedstrijden deelnam.
Mijn vrouw daarentegen schijnt legendarisch geweest te zijn in korfbal in Haarlem en omstreken en bij haar wedstrijden kwam ook hooguit een kalverliefd vriendje kijken.
Ik kan het nog erger maken: ‘Die van mij kwamen niet eens naar de diploma-uitreiking van middelbare school. Ze moesten boodschappen doen.’
‘Echt waar?’
‘Ja. Het zou tijd worden, zei mijn vader alleen.’ Waar hij overigens niet helemaal ongelijk mee had, maar dat terzijde.
Ik moet natuurlijk niet zeuren en als modern vader ga ik ook vreselijk met mijn tijd mee, maar af toe moet ik toch zuchten. Zeker na een weekeinde als dit weekeinde dat je heftig doet verlangen naar een rustige week hard werken.
‘Dat is altijd zo aan het begin van het zomerseizoen,’ zegt mijn vrouw, die overigens ook vindt dat ik niet moet zeuren, maar zelf ook wel eens moet zuchten.
Kijkt u even mee.
Nadat ik mijn zoon vrijdag aan het eind van de middag heb afgezet bij pianoles, bereid ik een voedzame maaltijd voor mijn gezin terwijl mijn vrouw ondertussen de voorbereidingen treft voor een borrel die we ’s avonds hebben met alle ouders van de 28 klasgenoten van mijn dochter. Ter kennismaking. Had niet bij ons gehoeven, maar dat vindt zij net zo makkelijk. Het duurt tot half 11 en even na tweeën vertrekken de laatsten.
Zaterdag ga ik samen met mijn dochter naar tennisles. We zijn kanonnenvoer op de tennislerarenopleiding. Mijn vrouw heeft de zoon gebracht, maar hij moet alleen terugfietsen van hockey, want meteen na tennis hebben mijn vrouw en ik golfles om hem een beetje bij te blijven. In de tuin is de buurman nadrukkelijk aan de schutting begonnen, wat oorspronkelijk een gezamenlijk project zou zijn. Terug van golf komen onze dierbare vrienden uit Amerika op visite, die gelukkig weer gewoon hier komen wonen. Als we met hen uit gaan eten, gaat de dochter elders films kijken en taart bakken met een stel vriendinnen en één jongen, wiens vader wij gisteren ook ontmoet hebben en aan wie ik dus helaas niet meer hoef te vragen wat zijn vader voor de kost doet. De Amerikaanse vrienden gaan bijtijds naar bed vanwege de jetlag, maar ik zit tot laat in de avond op de bank te knikkebollen totdat mijn dochter wordt thuisgebracht.
Zondagochtend moet de buurman ontweken worden voordat ik mijn zoon naar zijn eerste echte golfwedstrijd kan brengen. Mijn vrouw gaat ondertussen naar de tennisclub om iets te doen in de organisatorische sfeer bij een toernooi. Voordat de zoon goed en wel begonnen is, terug naar huis want de vrouw gaat meelopen in de Nike City Run. Vijf kilometer maar liefst en de dochter en ik staan uiteraard langs de kant en aan de finish. Hoewel ze een prachtige tijd neerzet, zijn we uiteindelijk net te laat voor de prijsuitreiking van de wedstrijd van onze zoon. Terwijl hij nog wel gewonnen heeft! Later zal hij tegen zijn vrouw zeggen…
Niemand zal mij kwalijk nemen dat ik de auto tussendoor even door de wasserette jaag en niet zelf met spons en emmertje aan de slag ga.
Als Ajax gewonnen blijkt te hebben, komt buurman nog even zijn beklag doen over het feit dat ik niet geholpen heb met de schutting.
Enigszins verdwaasd strompel ik op zondagavond na negenen naar boven om mijn dochter in te stoppen en welterusten te wensen.
Die ligt met een brede grijns op me te wachten.
‘Wat valt er hier te grinniken?’ vraag ik lief.
‘Het was een hartstikke leuk weekend,’ zegt ze.
Dan is het goed.
