Een uitgave van mats bv ©
WEER EEN TOERNOOI
Jaargang IX, 44
Er heeft weer een jeugd-tennis-toernooi plaatsgegrepen op onze tennisclub en die van ons hebben natuurlijk meegedaan. Dat klinkt logischer en vanzelfsprekender dan het is, want daar is bij ons op de bank nog wel even over gesproken. Ik heb mijn echtgenote uitgelegd dat een toernooi eigenlijk een verzameling wedstrijden is en dat je aan wedstrijden meedoet omdat je denkt dat je een alleszins redelijke kans maakt om te winnen. Om het nog duidelijker te maken heb ik erbij verteld dat ik daarom zo weinig aan wedstrijden meedoe. Eigenlijk alleen aan schoonheidswedstrijden met mijn oude auto, die ik ook wel eens win als de jury maar deskundig genoeg is. En als ik niet win, kan ik inderdaad dagen chagrijnig zijn. Ik heb nu eenmaal een kwetsbaar ego.
Mijn vrouw heeft het allemaal aangehoord, me eens meewarig aangekeken en haar aantrekkelijke schouders opgehaald. Vervolgens zijn allebei mijn kinderen ingeschreven onder het aloude olympische motto 'meedoen is belangrijker dan winnen'. Wij gaan voor de gezelligheid en dus ga ik mee.
Ik zou daar verder niet moeilijk over doen, als ik wist dat iedereen daar zo over dacht, maar ik heb heus wel gezien dat een paar fanatieke vaders hun kinderen bijles geven. Toen ik dat mijn vrouw vertelde, is ze ook een paar keer extra met ze naar de tennisbaan gegaan. Baat het niet, dan schaadt het ook niet. Op onnavolgbare wijze wordt een dubbelpartner voor mijn kinderen gevonden want gedeelde smart is halve smart, of twee kunnen meer dan een.
Het toernooi kan beginnen.
Al bij de eerste slagenwisseling in de partij van mijn zoon, begrijp ik dat ik een bijdrage kan leveren in de puntentelling. De bal over het net proberen te krijgen, rondvliegende ballen terugvinden, van speelhelft en servicebeurt wisselen: het is allemaal ingewikkeld genoeg. En als je dan ook nog met z'n vieren zelf de punten moet tellen, speelt echt iedereen zijn eigen wedstrijd. Dus dat heb ik gedaan en ook nog eens vrij eerlijk als ik het zeggen mag, ik hoefde slechts een paar keer door oplettende ouders vanaf de zijlijn gecorrigeerd te worden.
Vooral mijn dochter was er blij mee. Die heeft namelijk onplezierige herinneringen aan puntentelling van ouders van tegenstanders in eerdere toernooien. Die wil revanche, het blijft een dochter van haar vader natuurlijk.
Het heeft allemaal echter niet mogen baten.
Hoe gezellig het ook was, hoe leuk het ook was dat we meegedaan hebben en hoe sportief we ons ook gedragen hebben, na de laatste speeldag lopen we toch tegen een klein probleempje op. We moeten namelijk - inderdaad tot ieders verbazing - constateren dat de nederlaag van de zoon in drie sets met 3-4, 4-2 en 4-0, echt ietsiepietsie beter is dan de nederlaag met 4-0, 4-1 van de dochter en haar partner. De kracht van de tegenstanders even buiten beschouwing gelaten.
Sportiviteit kent zijn grenzen en die liggen bij je broertje. Ik heb namelijk hele normale kinderen.
