Een uitgave van mats bv ©

WEER TERUG

Jaargang XII, 49

Dit keer was er door omstandigheden geen ontkomen aan de wintersport. Of beter gezegd: aan de eerste wintersportvakantie van dit seizoen. Een dierbare vriendin ging vlak voor Kerstmis trouwen in Zwitserland en dan zijn voor de rechtgeaarde liefhebber de bergen te dichtbij om links te laten liggen en onverrichterzake naar huis terug te gaan. Dus behalve ons zondagse kloffie voor de bruiloft de skikleding en toebehoren ingepakt voor de drie skiërs in de familie en de laptop voor de kostwinnaar en op naar het herbergzame Zwitserland. Onderweg kwamen we nog wat landgenoten tegen die een kerstboom op het dak hadden, maar dat leek ons wat overdreven. Wij gingen ervan uit dat ze die in Zwitserland voldoende zouden hebben.

Zó leuk dat ik meeging! Kon ik eindelijk eens zien hoe goed ze inmiddels konden skiën. Zo ver is het natuurlijk niet gekomen. Met skipak aan ben ik al geen gezicht op de bergen, laat staan dat ik me in die levengevaarlijke liftjes vertoon in mijn dagelijkse modieuze outfit. Ik ben persoonlijk, hoewel van huis uit Limburger, geen liefhebber van bergen en zomaar wat doelloos rondslenteren over steile bergpaadjes lijkt mij even zinloos als gevaarlijk.

Of ik het echt niet erg vind om helemaal alleen in het dal achter te blijven? Nee, hoor, gaan jullie maar, laat papa maar alleen, ik red me wel hier moederziel allen tussen al die Zwitsers.

Laptop uitgeklapt op een zonovergoten terrasje, biertje aangereikt door prettige Zwitserse serveersters, ik moest regelmatig eens diep zuchten van welbehagen.

Voor de gemoedsrust als gezinsbeschermer is het niet beter om in de buurt te zijn als ze gevaarlijk gaan doen op de bergen, dan om ontwetend thuis achter te blijven. Als ze de ene dag een half uur later thuiskomen dan de dag daarvoor en ik zie wel de ambulance naar de skilift rijden, ben ik gemakkelijk in staat om alle traumahelikopters van Zwitserland te alarmeren. Nog een biertje helpt dan maar een beetje.

Wat wel helpt is dat ik ‘s avonds alle blauwe plekken en kneuzingen kan afzoenen, waardoor ze de volgende dag weer fris op pad kunnen.

Ondertussen verdwijnt mijn deadline-achterstand net als de sneeuw als eh…sneeuw voor de zon. Mijn telefoon reageert alleen op alarmtelefoontjes uit de bergen, die gelukkig niet komen en mijn computer slaagt er maar niet om contact te maken met het internet. Alleen het belangrijkste nieuws uit het vaderland, zoals de voetbaluitslagen, sijpelen door. Splendid isolation heet dat, met mijn dierbaren op reikafstand.

Ik hoef het die van mij niet uit te leggen als ze aan het eind van de middag met rode konen op de hotelkamer terugkomen. Ze zien me opfleuren. Eindelijk het bureau in mijn hersens een beetje opgeruimd.

Het is zo gek nog niet, die wintersport. Zeker als je de sport tot een minimum kunt beperken.

Nu schijnen ze in de komende krokusvakantie weer te gaan en overmoedig geworden door het succes van deze keer, willen ze me dan weer mee hebben.

Ik weet nog niet, het schijnt dat de echte sneeuw nog moet komen en ik heb mezelf beloofd niet opnieuw zo’n achterstand in werk te laten ontstaan.