Een uitgave van mats bv ©
WINNEN EN VERLIEZEN
Jaargang X, 4
Misschien is het wel de laatste keer geweest dat we hebben meegedaan aan het Midwinterjeugdtennistoernooi, want het is ons niet meegevallen. Eigenlijk is het heel vanzelfsprekend dat we meedoen omdat het in de tennishal wordt gehouden waar onze kinderen les krijgen, georganiseerd wordt door de club waar ze lid van zijn en omdat de meeste kinderen ook nog bij elkaar op school zitten. Het zou opvallen als we niet mee zouden doen. Maar misschien moet volgend jaar maar eens een signaal worden afgegeven.
Aanvankelijk was er niets aan de hand. Je kon je samen met een partner opgeven en er was van te voren dus druk telefonisch overleg. Resultaat was dat onze dochter een partner had voor de dames-dubbel en een voor het mixed dubbel. En niet de slechtste: op voorhand durfden wij al rekening te houden met een eervolle eindklassering. Onze zoon had ook een geschikte dubbel-kandidaat gevonden, maar helaas ook een vriend moeten teleurstellen. Maar toen we bij de tennishal aankwamen, bleek al dat diplomatiek vooroverleg overbodig. De organisatie had iedereen in een paar poules bij elkaar gehusseld en iedereen moest dus steeds met een andere partner spelen. De wedstrijden begonnen dus ook een half uur te laat omdat het wel even duurde voordat alle ouders het ingewikkelde speelschema begrepen.
En als je met willekeurige partners speelt, moet je het maar net treffen. En dat geldt natuurlijk ook voor die willekeurige partners. Onze dochter bijvoorbeeld ziet er buitengewoon kek uit in haar tennispakje, maar ze zet werkelijk geen stap te veel. Zeker, als de bal op haar stuk van het veld komt, wil ze hem echt wel terugslaan, maar om er nou achteraan te gaan hollen. Het gaat toch in de eerste plaats om dat je er goed uitziet.
Ik herken dat wel. Het valt niet mee om je een houding te geven in sportkledij en als je de tennisbewegingen moet nadoen zoals de leraar ze je heeft geleerd, lijkt dat toch al snel op overdrijving en aanstellerij. Daar komt nog eens bij dat de jongens er blijkbaar geen moeite mee hebben om voor mijn dochter te draven en te hollen. Veel punten levert het echter niet op.
De zoon biedt vooral in zijn laatste partij geen al te verheffende aanblik. Hij ergert zich zo aan zijn veel jongere partner dat hij met één hand in de zak van zijn trainingsjack speelt. De tegenpartij maakt van de gelegenheid gebruik en jaagt even lekker door op een monsterscore. Een beetje flauw misschien, maar wel goed voor hun eindklassering, alleen dodelijk voor het humeur van mijn zoon. Des duivels is hij na afloop. Wij proberen nog uit te leggen dat het ook andersom gekund had. Dat een hele goed tennisser een van die van ons had kunnen treffen als partner en dat die dan vast ook niet al te tevreden zouden zijn geweest. En dat je een nederlaag van je moet afschudden als regendruppels van een regenjas. Vooral ook goed blijven oefenen.
We kunnen niet alleen nog wel wat tennislessen gebruiken, maar moeten ook nog wel wat leren van spelen en winnen en verliezen. Misschien moeten we volgende keer toch weer meedoen.
