Een uitgave van mats bv ©

WRITERSBLOCK

Jaargang XI, 33

‘Ja, je belt nu even ongelegen, want we zijn net pas binnen en ik ben mijn sleutels kwijt en ik heb gezegd dat er geen pannenkoeken worden gebakken voordat mijn sleutels terecht zijn.’

Waarmee ik op afstand hoor dat de zoekgeraakte sleutels een collectief probleem zijn geworden.

‘Ik bel straks wel even terug.’ Geeft niet hoor, eigenlijk zat ik op mijn eenzame hotelkamertje toch alleen maar met mijn splinternieuwe mobiele telefoontje te spelen en had ik per ongeluk op de ‘thuis’-knop gedrukt. Even goed leuk om even gesproken te hebben.

‘De sleutels zaten gewoon in mama’s jas,’ belt mijn zoon even later opgelucht. Die heeft natuurlijk heel erge trek in pannenkoeken. Met stroop.

‘Da’s knap stom,’ zeg ik. ‘Verder nog iets bijzonders beleefd vandaag, jongen?’

‘Nee, eigenlijk niet, doei..’

‘Jawel, we zijn gezellig de stad in geweest en zeg maar tegen papa dat ik hem zo meteen ook nog wil spreken,’ klinkt het duidelijk verstaanbaar op de achtergrond.

‘Nou, je hebt het zeker al gehoord hè papa?’ zegt mijn zoon, die wel zo’n beetje met me is uitgekletst en verder op geen enkele manier het pannenkoekenproces wil frustreren of ophouden..

‘Ik eerst!,’ hoor ik mijn dochter.

‘O ja,’ herinnert haar broer zich plotseling tijdrekkend langzaam, nu blijkt dat er nog meer belangstelling is voor de telefoon. ‘We zijn de stad in geweest en wat is daar ook alweer allemaal gebeurd…’

…(gestommel op de achtergrond)…

‘…ik heb een nieuwe Ajax-map gekregen voor het nieuwe schooljaar en een etui…en verder..eh..eh…’

…(nog meer gestommel )

…(korte stilte)..

‘Hoi papa!’

‘Hoi lieve schat.’

‘Hoe is het daar?’

‘Nou, het gáát wel. Ik zit al urenlang tegen mijn beeldscherm aan te kijken en met mijn nieuwe telefoon te spelen en ondertussen staat er nog geen letter op het scherm.’

‘O, je hebt een writersblock.’

‘Ik weet hoe het heet, meisje, maar daarmee is het nog niet opgelost.’

‘Maar er is ook niets aan te doen. Je moet gewoon niet zo hard proberen. Aan iets anders denken. Bijvoorbeeld – grapje hoor - aan mijn nieuwe schooletui. Dat past heel mooi bij mijn nieuwe tas.’

‘Groen zeker?’

‘Ja, inderdaad, hoe weet je dat?’

Omdat een poef, de plaid, de schooltas, de meeste nieuwe kleren en alles wat maar enigszins groen kan zijn ook echt knalgroen is in haar kamer en garderobe. Niet zo moeilijk.

‘Gewoon,’ zeg ik, ‘helderziendheid.’

‘O, nou. Kom morgen maar lekker vroeg thuis, papa.’

Tenslotte krijg ik mijn vrouw ook nog aan de telefoon.

‘Ik weet natuurlijk allang niet meer wat ik nou tegen je wilde zeggen.’

Geeft niet, ik ben al geholpen.