Een uitgave van mats bv ©

ZEUREN

Jaargang IX, 41

Als ik al eens een heel enkele keer tegen u aan zeur, krijg ik meestal weinig sjoege. Terecht. Ik hóór u denken: overal is wel eens wat en jij hebt al helemaal niets te klagen. En waarschijnlijk denkt u er achteraan: als ze maar gezond zijn. Dat is natuurlijk ook wel zo, maar iedereen mag van tijd tot tijd ook best wel eens een beetje zeuren. Zelfs ik, met mijn opgeruimde karakter, althans na de middag. Daar staat tegenover dat ik meteen een heel plakboek met recepten kan vullen als ik u terloops even vraag of u nog een pretzel-recept in uw kookschrift heeft. U bent, zeg maar, meer van de praktische dan van het zeuren. Maar laatst, toen ik mijn beklag deed over mijn schatjes die elkaar voortdurend in de haren zaten, kreeg ik via de e-mail een steuntje in de rug. Eentje maar, maar wel een mooie, mijn eigen gouden brief als het ware. En zo praktisch als je van een Margriet-lezeres blijkbaar kunt verwachten.

De moeder die schreef had ook een dochter en een zoon in dezelfde volgorde als wij en die lagen ook altijd met elkaar overhoop. Op een dag was ze dat zo zat dat ze haar liefjes elk naar hun eigen kamer stuurde met de opdracht op een briefje te schrijven wat er allemaal niet deugde aan de ander. Dat was natuurlijk 'hartstikke stom' maar ze hield voet bij stuk, ze mochten niet van hun kamer af voordat het lijstje compleet was. Daarna zouden ze er met z'n drieën over praten. Haar dochter kwam uiteindelijk met een flinke waslijst op de proppen.

'Hij doet nooit de bril van de wc omhoog en dan krijg ik natte billen als ik moet plassen.'

'Hij hangt de hele tijd aan me.' En meer van die alledaagse ergernissen. Het lijstje van haar zoon was aanzienlijk korter, hij was er niet uitgekomen.

'Ik weet het niet, ik vind haar eigenlijk gewoon lief.' De briefschrijfster schrijft dat ze tranen in haar ogen kreeg. Daaruit blijkt dat het een verstandige moeder is, want ze had natuurlijk ook kunnen zeggen: 'Dan denk je maar wat beter na.' Dat zou iets voor mij geweest zijn.

Ze liet de briefjes vervolgens aan haar kinderen lezen. De zoon knikte alleen maar, blijkbaar kon hij zich wel wat voorstellen bij de klachten van zijn zus. De dochter was helemaal ontroerd en schaamde zich een tikje dat ze zo'n waslijst had gemaakt met klachten.

'Daarna was het afgelopen met de constante ruzies,' schrijft hun moeder mij, 'ze hielden wat meer rekening met elkaar. Misschien heeft u wat aan deze tip.'

Ja, ja, dacht ik toen nog, als het zo makkelijk zou zijn. Maar toen kwam het.

'Inmiddels zijn ze 36 en 34 jaar oud en behalve met ons hebben ze een ijzersterke band met elkaar.'

Kijk, dáár heb je wat aan als zeurende vader.