Een uitgave van mats bv ©
ZONDVLOED
Jaargang XII, 47
Wij mogen graag denken dat broer en zus elkaar zullen steunen en voor elkaar zullen opkomen als het er echt op aan komt. Alleen lijkt het daar meestal niet op. Gekrakeel en gebekvecht is eerder de dagelijkse praktijk. Terwijl wijzelf over het algemeen toch echt van het harmoniemodel zijn, doen de kinderen de schutterij. Inmiddels weten we dat ons gezin daar niet uniek in is, blijkbaar hoort het bij opgroeien. Zucht.
‘Mag ik dat boekje lezen?’
‘Nee.’
‘Maar jij hebt het toch uit?’
‘Ik zeg toch nee.’
‘Doe niet zo belachelijk, natuurlijk mag zij dat boek lezen.’
‘Maar papa ik mag ook nooit haar boeken lezen.’
‘Jij mag voortaan ook haar boeken lezen.’
‘Eh…ja.’
‘Ja, dat zegt ze nou maar als ik ze wil lezen mag het toch weer niet.’
‘Beste jongen, God en ik zijn je getuigen dat jij voortaan ook haar boeken mag lezen.’
‘Nou,’ zegt m’n dochter, ‘laten we het er op houden dat jij onze getuige bent, want God zit vast ergens tsunami’s te maken.’
Oeps. Wat begon als een gemiddelde gezinsdiscussie dreigt opeens een existentialistisch karakter te krijgen. Wij doen ‘er’ niet veel aan, moet ik eerlijk toegeven. Wij voeden onze kinderen nogal openbaar op. Wij hebben wel degelijk een mening is dezen, maar wijzen onze kinderen erop dat er ook mensen zijn met een andere mening en dat je je uiteindelijk pas zelf een mening kunt vormen als je zoveel mogelijk andere meningen gehoord hebt. Zoiets. Wij hebben vrienden met de bijbel en in hun beider klassen hebben kinderen de Heilige Communie gedaan. Wij hebben vrienden die ‘niks’ zijn en we hebben ook vrienden waarvan we niet eens weten wat ze zijn, qua geloof. Wij zien goede werken verricht worden in naam van de Heer, maar wij zien Zijn naam ook wereldwijd misbruikt worden voor veel onrecht.
En in al die genuanceerdheid steken we steevast een kaarsje aan voor behouden thuiskomst als we in een of ander buitenland een kerk of kathedraal passeren.
Ikzelf heb niet het idee dat God in zijn werkkamer tsunami’s zit te fabrieken, maar zo ja, dan vind ik eigenlijk dat hij zijn toorn wat ongelijkelijk verdeelt over de wereld. Maar ik geloof net als milieu- en klimaatdeskundigen eerder dat we de zondvloed kunnen verwachten van het opwarmingseffect en het smelten van de poolkappen.
‘Over boeken gesproken,’ hoor ik mezelf zeggen, ‘misschien wordt het tijd dat jullie Het Boek met hoofdletters eens gaan lezen. Dat ligt boven is ons nachtkastje.’ Een van onze christelijke vrienden heeft het op een gegeven moment nodig gevonden om ons een bijbel cadeau te doen en omdat we die in hotelkamers altijd in het nachtkastje zien liggen, is dat bij ons ook de plek waar we hem bewaren.
‘Dat is goed hoor papa, maar mag ik nou dit boek van hem lezen?’
‘Ik vind het Goed,’ zegt mijn zoon. ‘Met hoofdletter.’
