Een uitgave van mats bv ©
ZOO
Jaargang X, 47
Het werd weer eens tijd voor onze eigen dierentuin. We werden ook wel enigszins gestuurd, want onze patiënt moet nog veel rusten en dat gaat toch minder als wij door het huis lopen te fluisteren. Aan de kassa merken we dat we allang niet meer geweest zijn, want de entree-prijzen zijn bepaald eigentijds. Het is natuurlijk ook heel goed mogelijk dat mijn vrouw de laatste paar keer heeft afgerekend en mij het juiste bedrag niet heeft willen noemen, omdat ze weet dat ik dan meestal tegen de verkeerde persoon commentaar ga leveren. De mevrouw achter de kassa kan er immers ook niks aan doen.
En misschien ben ik ook wel een tikje uit mijn hum omdat een dagjesmens op het ruime parkeerterrein erin slaagde om mijn bumper aan te tikken met zijn auto, om daarna op te merken dat dit niet het eerste krasje was. Mijn reactie daarop was misschien niet het goede voorbeeld voor mijn kinderen, maar je kunt ook niet altijd trots zijn op jezelf.
Nadat we aldus het grootste gedeelte van de dierentuin hebben aangeschaft bij de kassa, worden we als vanzelf door de dierentuinwinkel geleid. Daar blijken ze een zelfbedienings-snoep-bar te hebben. Nooit eerder gezien, maar dat komt waarschijnlijk omdat mijn vrouw meestal meegaat. Van de weeromstuit schaffen we daar een puntzak snoep aan die we vanwege zijn omvang en vanwege eerlijk delen om beurten moeten dragen. Uit ervaring weten we namelijk dat alles en iedereen altijd loopt te knabbelen in zo’n dierentuin en dus wij ook.
Een plattegrond hebben we niet nodig, want we lopen zoals de dochter en zus wil, netjes in de juiste looprichting en niet kriskras zoals mijn zoon en ik van nature zouden doen. Zo komen we overal langs en we kennen de meeste dieren nog, en de meeste dieren kennen ons.
Toch hebben er dramatische veranderingen plaatsgevonden. Tot onze schrik moeten we bijvoorbeeld op een bordje bij de apenkooi lezen dat onze favoriet, de macho-chimpansee Mike niet meer de baas is. Mike liep altijd op een plastic vat te drummen en gooide dan voor de grap tussendoor een handje zand naar het publiek. De boemboem-aap noemden wij Mike. Inmiddels is Mike te oud en is zijn leidersrol overgenomen door een jonge, sterke chimpansee-nozem. De manier waarop mijn zoon naar mij kijkt als hij dit bericht heeft gelezen, bevalt mij niet.
De kameel waarop je een rondje kunt rijden, was zeker even niet lekker, want die zien we nergens. Jammer voor mijn zoon, een geluk bij een ongeluk voor de kameel. De giraffen doen wel weer leuk mee en laten zich vanaf het balkon heel lief aaien door mijn dochter als haar broer ze naar haar toe jaagt.
Zo kabbelt de middag genoeglijk voort en het wachten is slechts op het avontuur. De ervaring leert ons namelijk dat wij daar zelden tevergeefs op wachten omdat we meestal zoon- en broerlief bij ons hebben. Dit keer gebeurt het als de dochter en ik aandachtig naar de witte tijgers staan te kijken die vader en moedertje aan het spelen zijn. Vanuit het buitenverblijf van de neushoorns klinkt een ijselijke kreet. Mijn zoon is, uiteraard helemaal per ongeluk, in de voederbak van de rinocerossen gevallen; iets te ver over het hek geleund. Nou is het algemeen bekend dat neushoorns buitengewoon chagrijnig uit de hoek kunnen komen, maar zelfs de meest woeste neushoorn is natuurlijk geen partij voor deze vader die zijn jong bedreigd ziet. Met ware doodsverachting stap ik het buitenverblijf binnen en til mijn lichtgewonde zoon de veiligheid in. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de neushoorn op dat moment in zijn binnenhok zit te genieten van een zojuist verstrekte verse maaltijd, waar wij eerder op de middag aan de kassa een kapitaal voor hebben neergeteld.
Als we naar buiten lopen, wil ik nog tegen de mevrouw van de kassa zeggen dat het wat ons betreft weer de moeite waard is geweest.
Maar ze is al naar huis; genoeg verdiend vandaag.
