Een uitgave van mats bv ©
ZORGEN
Jaargang XI, 2
Weer een dag voorbij. Zo vlak voor de laatste kus en het licht uit, voelt het elke dag weer alsof een zware storm is gaan liggen. Zelfs als het een gewone doordeweekse op tijd naar bed want morgen weer vroeg op dag is. Dan is er huiswerk gemaakt en pianogeoefend en tenminste één favoriet televisieprogramma gekeken, maar altijd langer tv gekeken dan huiswerk gemaakt of pianogespeeld. Dan hebben we als rustpunt in de dagelijkse hectiek min of meer rustig en harmonieus samen gegeten. En elke dag proberen we te onthouden wie er ook alweer aan de beurt is om te helpen met afruimen. Elk dag twee minuten tandenpoetsen wordt gecontroleerd en daarna is het altijd even ‘cool down’. De kinderen in pyjama in het ouderlijk bed een laatste tekenfilm of flauwe televisiekwis, papa en mama een kop koffie aan het aanrecht.
De dagsluiter van mijn zoon gaat altijd gepaard met wat duw-, trek-, knijp- en kietelwerk. Maar wel altijd een lekkere jongenspakkerd tot besluit. Bij zijn zus altijd wat meisjesachtiger.
‘Ga maar lekker liggen, dat je lekker ligt.’ Dan krult ze zich op en wordt ze in het dekbed gestopt totdat alleen een gezicht met een warrige bos haar te zien is.
‘Alles goed, schat?’ Ze ziet wat pips en bleekjes en ze kijkt me wat wazig aan.
‘Ja hoor papa, ik was iets aan het denken.’
‘Zorgen?’ informeer ik belangstellend.
Zou zo maar kunnen, natuurlijk. Als wij het goed begrepen hebben - en wij hebben het goed begrepen, want als we het uiteindelijk nog niet gesnapt zouden hebben, had haar broer het ons toch echt moeten verklappen – is er sprake van verkering. Tien huizen verder in de straat, zes tafeltjes verder in de groep. Dat is niet niks, zeker niet als er nóg een speciaal vriendje is. Maar je moet kiezen of er wordt voor je gekozen.
En terwijl dat al moeilijk genoeg is om in je eentje te verwerken, of om te bespreken met je allerbeste vriendin, heb je dan ook nog een broertje die onder het eten opeens, waar iedereen bij is, plompverloren vraagt op je al met hem gezoend hebt. Dan verslik je je proestend van de lach in een beker melk terwijl je eigenlijk boos moet zijn. En dan is er nog die voortdurende meidenkwestie met ex-beste vriendin en nieuwe beste vriendin. Het is ons opgevallen dat er wat weinig gebeld is tijdens de kerstvakantie, maar we hebben er niet naar durven vragen. Ik zou me toch kunnen voorstellen dat je wel wat te piekeren hebt als je tien-en-een-half bent.
Ik denk het allemaal, maar zeg het natuurlijk niet. Ik strijk een pluk haar uit haar gezicht.
‘Zorgen papa? Waar zou ik nou zorgen over moeten hebben?
Het licht kan uit.
